|
LIBANON SPECIAL
• Hezbollah voert nationale onafhankelijkheidsstrijd lees meer
• Libanons geschiedenis van verzet lees meer
• Israël voert ook Amerika's oorlog lees meer
• Israël gesticht door etnische zuivering lees meer
• Verklaring over de Amerikaans-Israëlische aanval op Libanon lees meer
• Waarom ‘twee staten’ niet de oplossing zijn lees meer
• Hezbollah’s lange weg lees meer
• Een samenzweringstheorie die de beweging verzwakt lees meer
• Een Israëlische dissident over de wortels van de crisis lees meer
• Israëlisch debacle zal de hele regio beïnvloeden lees meer
• De slag om Aita al-Shaab lees meer
• Interessante video-links lees meer
Gilbert Achcar is een Libanese socialist, die in Parijs politicologie doceert. Hij schreef meerdere boeken over het Midden-Oosten. Hij sprak met de Amerikaanse journalist Alan Maass.
De media geven Hezbollah de schuld voor Israëls aanval op Libanon. Zie jij de situatie ook zo?
‘Wat je ook vindt van Hezbollah of haar recente operatie – en ik heb mijn eigen reserves over de opportuunheid van de actie met het oog op de gevolgen, die te voorzien waren – dit kan op geen enkele manier rechtvaardigen wat Israël nu doet.
Het doden van zeven Israëlische soldaten en de ontvoering van twee andere soldaten was een oorlogsdaad, en Libanon en Israël zijn nog altijd in oorlog. Israël heeft regelmatig Libanons soevereiniteit geschonden. Het heeft een groot aantal aanvallen uitgevoerd, in het bijzonder na 1967 (de eerste vernietigende aanval van Israël op het vliegveld van Beirut vond plaats in 1968). Het is in 1967 een klein stukje Libanees territorium binnengetrokken (de Shebaa landerijen), een groot deel van Zuid-Libanon in 1978, half Libanon in 1982. Vervolgens heeft het een groot deel van het land bezet tot 1985, en het zuidelijke deel tot 2000. Israël heeft zich nog altijd niet teruggetrokken uit de Libanese landstrook die het in 1967 bezette.
Sinds 2000 is er met lage intensiteit voortdurend oorlog gevoerd tussen Hezbollah en Israël: schermutselingen aan de grens, geheime operaties van Israël in Libanon, inclusief moorden op leiders van Hezbollah, enz. Maar wat Israël nu uitvoert in Libanon is een massale wraakoefening op een hele bevolking. Het houdt een volk en een land in gijzeling en probeert zijn eigen voorwaarden op te leggen.
Dit is des te laffer, omdat de bescheiden militaire middelen waarover Hezbollah, of zelfs de hele Libanese staat, beschikt, volledig in het niet vallen bij de militaire macht van de staat Israël. Dit is geen gevecht tussen gelijke tegenstanders, ondanks het feit dat Hezbollah de bombardementen beantwoordt met wat raketbeschietingen. Een van de machtigste militaire mogendheden ter wereld pleegt naakte agressie tegen een van de zwakste staten van het Midden-Oosten, en vermoordt grote aantallen mensen.
Alleen al in de eerste week heeft Israël tweehonderd mensen vermoord, en de aantallen stijgen dagelijks. De overgrote meerderheid, meer dan negentig procent, zijn burgers. Ze zijn geen strijders, zelfs geen militanten, gewoon burgers. Hele gezinnen en een groot aantal kinderen zijn door de Israëlische bommen uiteen gereten.
Israël verwoest de infrastructuur van het land. Het verwoest ook de inkomens van honderdduizenden mensen. Libanon is een land waar het zomerseizoen heel belangrijk is voor duizenden mensen – een groot deel van de bevolking leeft van seizoenswerk in de toeristische sector en is daarvan voor het hele jaar afhankelijk.
Als je dit alles bij elkaar optelt, en het vergelijkt met de grensoperatie van Hezbollah, is het volledig duidelijk dat dit alleen maar een excuus is dat Israël, met steun van de VS en andere landen, aanwendt om te bewerkstelligen wat het al sinds 2004 aan Libanon probeert op te leggen. In dat jaar nam de VN-veiligheidsraad een resolutie aan waarin ze opriep tot terugtrekking van de Syrische troepen uit Libanon, maar ook tot ontwapening van de gewapende groepen in het land. Dit zijn in de eerste plaats Hezbollah en ten tweede de Palestijnen in de vluchtelingenkampen.
De dubbele maatstaven die de westerse media hanteren om de situatie te omschrijven en de hypocrisie van Israëls verklaringen zijn zo overduidelijk dat ze op zichzelf al een vorm van morele agressie vormen. Zo werd de gevangenname van één soldaat door de Palestijnen voor Israël een rechtvaardiging voor een moorddadige en verwoestende aanval op Gaza, terwijl Israël rond de tienduizend Palestijnse gevangenen vasthoudt. De meesten van hen zijn burgers die, tegen het internationaal recht in, door Israël ontvoerd werden uit de sinds 1967 bezette gebieden.
We kennen deze dubbele maatstaven heel goed. Noam Chomsky heeft het tot een van zijn specialiteiten gemaakt om de permanente dubbele maatstaven en hypocrisie bloot te leggen in de imperiale landen en hun media. We zijn nu getuige van een schokkend nieuw geval van dit verschijnsel.
Ook als deze hypocrisie onopgemerkt voorbij kan gaan voor een gemiddeld publiek in de westerse landen, kun je er zeker van zijn dat voor de meerderheid van de bevolking van de Derde Wereld – zeker de moslimlanden, en nog meer in de Arabische wereld – de dubbele maatstaven overduidelijk zijn. Daarom geven mensen weinig om de uitingen van de westerse leiders, om de regering-Bush die praat over democratie.
Op dit moment is de haat, niet alleen tegenover Israël maar tegenover de VS en alle andere westerse landen die Israël steunen en samenwerken met de VS, groter dan op enig moment voor 11 september 2001. In andere woorden, de VS en Israël bereiden de rest van de wereld, inclusief hun eigen bevolking, voor op verschrikkelijke gebeurtenissen, waarbij vergeleken 11 september 2001 vrees ik alleen nog maar het voorproefje zal zijn geweest.
Mensen in het Westen, in het bijzonder in de VS, moeten zich bewust worden van de hypocrisie van hun eigen regering, en het totale gebrek aan rechtvaardigheid en humanitair medeleven waarmee zij optreedt tegenover de Arabische volkeren in het Midden-Oosten. Ze moeten zich bewust worden van het feit dat de Arabische en islamitische volkreren om heel goede redenen het gevoel krijgen dat ze als tweederangs mensen worden gezien, en dat hun levens geen waarde hebben in de ogen van Israël, de VS en hun bondgenoten.
Daardoor worden ze ontvankelijk voor het soort van discours dat komt van mensen als Osama bin Laden – dat als de levens van onze burgers geen waarde voor hen hebben, de levens van hun burgers geen waarde voor ons zouden moeten hebben. En daarmee bereiken we een situatie die een inferno nadert, dankzij het criminele, reactionaire beleid van de Amerikaanse en Israëlische regering.’
Wat zijn de doelen van Israël in deze aanval?
‘In strategisch opzicht zien Israël en de VS niet Bin Laden of al Qaida als hun belangrijkste vijanden in het Midden-Oosten. In hun ogen zijn dit slechts kleine problemen, zelfs als ze hen af en toe tot nut zijn. De belangrijkste tegenstander is Iran.
Er bestaat wat zij de ‘sji’itische as’ noemen, die zijn oorsprong heeft in Iran en dan via de pro-Iraanse sji’itische organisaties in Irak, via de Syrische regering die verbonden is met Iran loopt, en uitmondt bij Hezbollah in Libanon.
Daarom zien ze Hezbollah als een heel belangrijke tegenstander – want met hun manier van naar de wereld kijken, zien ze elk probleem door de bril van hun obsessie met de belangrijkste vijandelijke staat. Tijdens de Koude Oorlog zagen ze alles wat er in de wereld gebeurde in termen van een confrontatie met de Sovjet Unie. Nu zien ze alles wat er in het Midden-Oosten gebeurt in termen van een confrontatie met Iran.
Daarnaast heeft Israël zijn eigen specifieke redenen om Hezbollah kwijt te willen. Deze organisatie heeft de hoofdrol gespeeld in de verdrijving van de Israëlische troepen uit Libanon in 2000. Het hele bestaan, de aanwezigheid van deze organisatie zelf, daagt de staat Israël uit. Sinds Israël uit Libanon is teruggetrokken, is het vastbesloten geweest om wraak te nemen op Hezbollah. Nu zijn we er getuige van dat Israël dit plan uitvoert, met een grensincident als aanleiding.’
De Amerikaanse regering veroordeelt Hezbollah als een terroristische groepering. Welke rol speelt Hezbollah eigenlijk in Libanon?
‘De Libanese politiek heeft door de jaren heen een communale dynamiek gehad, waardoor verschillende gemeenschappen zich identificeren met bepaalde organisaties. Hezbollah is erin geslaagd de belangrijkste organisatie binnen de sji’itische gemeenschap te worden. De sji’ieten vormen de grootste minderheid, in een land waarin geen enkele religieuze gemeenschap een meerderheid heeft.
Hezbollah is door een aantal redenen deze rol gaan spelen. De belangrijskte was de bevrijding van Zuid-Libanon, waar de sji’itische gemeenschap leeft. Maar er zijn ook andere factoren. Over het geheel genomen past de opkomst van Hezbollah in de ontwikkelingen die we in de afgelopen dertig jaar in de hele regio hebben gezien. Het falen van links en het bankroet van de nationalisten creëerde een vacuüm in de leiding van massabewegingen, dat gevuld is door organisaties met een islamitisch fundamentalistisch karakter.
De Iraanse revolutie van 1979 heeft dit proces versneld. De schokgolf van de revolutie was enorm in de regio, in het bijzonder natuurlijk onder de sji’ieten, omdat Iran een sji’itisch land is.
De geboorte van Hezbollah was het resultaat van de samenkomst van deze schokgolf met de Israëlische invasie van Libanon in 1982. Hezbollah ontstond na de invasie, en haar opkomst en succes was verbonden met haar succes in de strijd tegen de bezetting.
Daarnaast is Hezbollah erin geslaagd om een sociale basis op te bouwen. Iran heeft Hezbollah gesteund sinds de oprichting. Teheran traint en financiert Hezbollah, en de organisatie heeft heel slim gebruik gemaakt van de fondsen die ze krijgt. Ze organiseert verschillende soorten sociale hulpverleningen en een sociaal netwerk, dat grote aantallen sji’itische gezinnen ondersteunt.
Hezbollah is er ook in geslaagd de populariteit die ze heeft opgebouwd door haar rol in het verzet te vertalen in politieke termen. Ze heeft een belangrijke fractie in het Libanese parlement, en er zijn zelfs Hezbollahministers in de Libanese regering. Ze is dus geen “terroristische” organisatie, zoals de terroristische regeringen in Washington en Israël beweren. Ze is een massapartij die volledig geïntegreerd is in het legale politieke leven in Libanon. Niemand in Libanon, behalve een kleine minderheid van ultra-reactionairen, beschouwt wat Hezbollah doet tegenover Israël als “terrorisme”. De Libanese regering beschouwt het zelfs als nationaal verzet.’
Kan je uitleggen hoe Israëls aanval op Libanon verbonden is met de verhevigde oorlog tegen de Palestijnen sinds Hamas de controle won over de Palestijnse Autoriteit?
‘Er zijn verschillende verbanden. Voor de duidelijkheid, er zijn verbanden die passen in Washingtons samenzweringstheorie. Hamas en Hezbollah zijn deel van dezelfde alliantie in de regio. Een deel van de leiding van Hamas leeft in verbanning in Syrië, en heeft heel goede banden met Iran. Teheran steunt Hamas: toen de nieuwe Palestijnse regering werd gekozen en er een boycott werd georganiseerd door de westerse landen en Israël, was Iran het eerste land dat hulp toezegde aan de Palestijnen om de boycott te compenseren.
Een ander verband is het resultaat van de manier waarop Israëls belegering van Gaza de hele regio heeft getraumatiseerd. Wat ook de oorspronkelijke motivatie was voor Hezbollahs operatie waarin de militairen gevangen werden genomen – Hezbollah-leider Hassan Nasrallah heeft verklaard dat de actie maandenlang is voorbereid – toen de actie plaatsvond werd ze in het hele Midden-Oosten gezien als legitiem en noodzakelijk gebaar van solidariteit met de bevolking van Gaza, die verpletterd wordt door Israël. Daarom was er veel sympathie voor de actie.
Net als nu in Libanon heeft Israël de ontvoering van een van zijn militairen in Gaza gebruikt als excuus om een hele bevolking te gijzelen en een golf van verwoesting en moord op gang te brengen die in de canon thuishoort van de ergste voorbeelden van staatsterrorisme in de geschiedenis.’
Hoe past de oorlog in Libanon in de andere oorlogen die de VS en Israël voeren in het Midden-Oosten?
‘Voor Israël en de VS is, zoals ik al zei, de hele alliantie de tegenstander, Iran voorop. Ze zoeken een manier om van het Iraanse regime af te komen. Het Syrische regime is een tegenstander van de tweede rang. Ik geloof niet dat er een werkelijke poging gaande is om dat regime omver te werpen. Israëlische functionarissen leggen uit dat ze geen nieuw Irak aan hun grens willen zien, en ze weten wat ze zullen krijgen als het Syrische regime zou instorten: een chaotische situatie die de veiligheid van Israël zou kunnen bedreigen.
Natuurlijk zouden ze graag een breuk zien tussen de Syrische regering en Iran. En ze willen Teheran dwingen om aan hun regels te gehoorzamen. Maar omdat ze geen enkel vertrouwen hebben in het Iraanse regime, hopen ze dat ze het op de een of andere manier omver kunnen werpen. Dat is hun belangrijkste doel: wat ze in de taal van Washington “regime change” noemen.
Geheel in lijn met de heersende replica van de imperialistische Koude Oorlog-mentaliteit wordt Hezbollah voorgesteld als een simpele agent van Iran. Nu is het zeker geen geheim dat Hezbollah sterk verbonden is met Damascus en Teheran. En ze zou dom zijn geweest als ze de aanval van 12 juli had uitgevoerd zonder enige vorm van coördinatie met haar bondgenoten. Wat dan nog? In tegenstelling tot de Afghaanse mujahedeen ten tijde van hun strijd tegen de bezetting door de sovjets, krijgt Hezbollah haar wapens niet uit de VS!
Het is normaal dat een macht die wordt geconfronteerd met veel sterkere tegenstanders probeert externe steunpunten te vinden. Hezbollah moet de middelen om verzet uit te voeren ergens vandaan halen. Of gelooft Washington dat het een alleenrecht heeft om overal in te grijpen waar het wil, alleen vanwege zijn “manifest destiny”? Washington steunt nu bijvoorbeeld de zogenaamde “Volksmujahedeen van Iran”, die vanuit bezet Irak aanvallen over de grens uitvoert tegen Iran. Vroeger leverde het soortgelijke steun op veel grotere schaal aan de contra’s in Nicaragua. Waarom heeft Iran geen recht steun te geven aan zijn geloofsgenoten in Libanon en Palestina? Deze schertsvertoning wordt alleen overtroffen door de klachten van de VS over Iraanse inmenging in Irak, een land onder Amerikaanse bezetting!
Het feit dat Hezbollah banden heeft met Syrië en Iran betekent zeker niet dat ze geen legitieme nationale verzetsstrijd voert – net zoals het feit dat een aantal communistische landen de Vietnamese strijd steunden niet betekende dat de Vietcong niet vocht voor de bevrijding van Vietnam.’
Gilbert Achcar schreef onder andere Eastern Cauldron (2004) en The Clash of Barbarisms (2e druk 2006). Een boek met dialogen tussen hem en Noam Chomsky over het Midden-Oosten, Perilous Power, komt binnenkort uit bij Paradigm Publishers. De Engelse versie van dit artikel is te vinden op: http://www.zmag.org/content/showarticle.cfm?SectionID=22&ItemID=10619
top
Door Bassem Chit in Beiroet
De Israëlische aanval op Libanon heeft bittere herinneringen bovengehaald over de vorige aanvallen op dit land.
In 1982 viel Israël Libanon binnen. Ongeveer veertienduizend Libanesen en Palestijnen kwamen om in het conflict dat volgde. Net als vandaag beweerde Israël dat het reageerde op aanvallen op zijn grenzen. Maar in werkelijkheid voerde het lang voorbereide plannen uit om de georganiseerde aanwezigheid van Palestijnen in het land te beëindigen. Israël plande de aanval samen met de fascistische Phalange, die een burgeroorlog vocht tegen Libanees links en de Palestijnen.
Tienduizenden Palestijnen kwamen in 1948 naar Libanon, op de vlucht voor zionistische terreurgroeperingen, toen de staat Israël gesticht werd. De Palestijnen leefden in 1982 in vluchtelingenkampen als tweederangs burgers.
Toen Israëlische troepen de Libanese hoofdstad Beiroet belegerden, stemde de PLO toe om de stad te evacueren in ruil voor de belofte dat de Israëlische troepen niet de vluchtelingenkampen binnen zouden trekken. In plaats daarvan besloot het Israëlische kabinet om zijn phalangistische bondgenoten van de ketting te laten.
Op 16 september 1982 trokken de milities de kampen Sabra en Shatila binnen. Ze begonnen de mensen die waren achtergebleven af te maken met messen en machinegeweren – bejaarden, vrouwen en kinderen. Het precieze aantal slachtoffers van het bloedbad zal nooit kunnen worden vastgesteld, maar de schattingen liggen tussen de 2400 en 3500. Rafael Eitan, de commandant van het Israëlische leger, ontmoette de leider van de Phalange de volgende dag en feliciteerde hem met de geslaagde operatie.
Verdeel en heers
De invasie en het bloedbad van 1982 waren een poging om een streep te trekken onder een groeiende uitdaging van Israël en zijn bondgenoten. In de jaren zeventig hadden de Palestijnen een bondgenootschap gevormd met de armste delen van Libanons bevolking. Ze waren buitengesloten door een systeem dat beheerst werd door corrupte politici, en dat gebaseerd was op de verdeel-en-heersmethodes die waren geïntroduceerd door Frankrijk, de oude koloniale macht.
Een opkomende arbeidersbeweging en onrust op het platteland vloeide samen met een golf van Palestijns verzet. Terwijl Palestijnen aanvallen over de grens uitvoerden op de Israëlische staat, nam Israël wraak op Libanese boeren. Het Libanese leger stond aan de zijlijn. De bevolking keerde zich tot linkse en Arabisch nationalistische organisaties.
In 1975 brak de burgeroorlog uit, en het leek erop alsof de linkse alliantie die ging winnen. De VS moedigde Syrië aan om Libanon binnen te vallen om dit te voorkomen. Syrische troepen versloegen links en sloten de Palestijnen op in hun kampen.
Maar dit was niet genoeg voor Israël. In 1982 viel het aan, na jaren van grensincidenten en bombardementen. Het doel was de creatie van een ‘bufferzone’ ten Noorden van de grens. De bezetting duurde 18 jaar.
Maar een nieuwe kracht kwam op, die het gat vulde dat gecreëerd was door de nederlaag van links – een beweging die haar inspiratie putte uit de Iraanse revolutie en wortel schoot onder Libanons gemarginaliseerde arme sjia-bevolking. De naam van de organisatie was Hezbollah, en zij zweerde dat ze geen compromis zou sluiten met het imperialisme.
De hele jaren negentig lang voerde Hezbollah het verzet tegen de Israëlische bezetting aan. Israël antwoordde door haar leiders te vermoorden en strafexercities uit te voeren op haar aanhangers. Hezbollah veranderde door haar rol in het verzet tegen Israël. De beweging startte sociale programma’s, opende scholen, en begon voorbij de grenzen van haar beperkte islamistische politiek te kijken.
Haar jonge leider, Savyed Hassan Nasrallah, wist een reputatie op te bouwen van eerlijkheid en gehaaide strategische planning. Langzamerhand begonnen de guerillas het Israëlische leger uit te putten, en de populariteit van de beweging groeide onder gewone mensen.
In mei 2000 trokken de Israëli’s weg uit Zuid-Libanon. Hezbollah werd ontvangen als de redder van het land. Haar successen vormden een scherp contrast met de treurige prestaties van de Arabische staten. Hezbollah deed mee aan de Libanese parlementsverkiezingen en werd in de regering gekozen.
Alle hoop op vrede werd de bodem ingeslagen met de aanvallen van 11 september 2001 op de VS. Hezbollah werd nu op de terreurlijst van het Witte Huis geplaatst. De VS en Frankrijk stelden VN-resolutie 1559 op, die eiste dat Hezbollah werd ontwapend en dat het Libanese leger de Israëlische noordgrens zou beschermen.
Maar dit creëerde een strategisch probleem – wie kon een krachtige beweging met zoveel steun onder de bevolking verslaan? In eerste instantie hoopten de VS dat de pro-westerse regering in Libanon het leger naar het Zuiden zou sturen, maar dit bleek niet te gebeuren.
De gevangenname van twee Israëlische soldaten werd het excuus voor Israël, met steun van de VS en anderen, om zijn vernietigende oorlog tegen Libanon te beginnen. In het proces hebben de VS hun bondgenoten in de Libanese regering opgeofferd.
Door Libanon te straffen, hopen de VS en Israël dat het land zich tegen Hezbollah zal keren. Maar in plaats van het verzet te verwoesten, verbreden ze het. De acties van de imperialisten hebben ervoor gezorgd dat Libanon nu deel is geworden van de boog van verzet die loopt van Afghanistan en Irak naar Palestina.
top
Door Miriyam Aouragh en Pepijn Brandon
De huidige crisis geeft de Verenigde Staten de mogelijkheid om via Israël de positie van Syrië en Iran te ondermijnen.
De berichtgeving over de oorlog in Libanon toont opnieuw Israëls uitzonderlijke capaciteit zichzelf de slachtofferrol toe te bedelen. De wekenlange wurggreep waarin het de burgerbevolking in Gaza heeft gehouden en de brute kracht die het nu tentoonspreidt in Libanon hebben dat beeld nog nauwelijks aangetast.
lees verder
top
Ilan Pappe is een van de leidende ‘revisionistische’ historici, die in Israël zelf de heersende kijk op het ontstaan van de zionistische staat ter discussie stellen. Hij schrijft over de historische achtergronden van de recente gebeurtenissen.
De treurige realiteit die zich nu ontvouwt in het Midden-Oosten heeft duidelijke historische wortels, en een reis naar het verleden helpt ons misschien licht te schijnen op de achtergronden van het destructieve optreden van Israël in Palestina en Libanon.
Het zionisme kwam in de late negentiende eeuw naar Palestina als een kolonialistische beweging, gemotiveerd door nationale impulsen. De kolonisatie van Palestina paste goed in de belangen en het beleid van het Britse rijk aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Met de steun van Groot-Brittannië breidde het kolonisatieproject zich uit en werd het een krachtige aanwezigheid in het land na de oorlog, in de periode van het Britse mandaat in Palestina (dat duurde van 1918 tot 1948).
Terwijl deze consolidatie plaatsvond, onderging de oorspronkelijke samenleving net als de maatschappij in de rest van de Arabische wereld een duidelijk proces van vorming van een nationale identiteit. Maar er was een verschil. Terwijl de rest van de Arabische wereld haar politieke identiteit vormde door de strijd tegen het Europese kolonialisme, betekende nationalisme in Palestina het afbakenen van een collectieve identiteit tegenover zowel het roofzuchtige Britse kolonialisme als het expansionistische zionisme.
Het conflict met zionisme was dus een extra last. De pro-zionistische politiek van het Britse mandaat zorgde natuurlijk voor spanningen in de relatie tussen Groot-Brittannië en de lokale Palestijnse maatschappij. Die kwamen in 1936 tot uitbarsting in een opstand tegen Londen en het groeiende zionistische kolonisatieproject.
De opstand, die drie jaar duurde, slaagde er niet in om het Britse mandaat af te brengen van een beleid waartoe het al in 1917 had besloten. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour, had de zionistische leiders beloofd dat Groot-Brittannië de beweging zou helpen om voor het Joodse volk een thuisland in Palestina te vestigen.
Het aantal Joden dat het land binnen kwam steeg dagelijks – hoewel de Joden zelfs op dat moment, in de jaren dertig, nog maar een kwart van de bevolking vormden en de beschikking hadden over vier procent van het land. Toen het verzet tegen het kolonialisme sterker werd, raakte de zionistische leiding ervan overtuigd dat alleen het verdrijven van de Palestijnen hen in staat zou stellen een eigen staat te vestigen. Vanaf het vroege begin tot de jaren dertig hadden zionistische denkers de noodzaak gepropageerd om Palestina etnisch te zuiveren van de oorspronkelijke bewoners, als voorwaarde om de droom van een Joodse staat werkelijkheid te maken.
De voorbereiding van deze twee doelen van staatsvorming en etnisch overwicht versnelde na de Tweede Wereldoorlog. Voor de Britten verloor het gebied zijn strategische belang zodra ze gedwongen werden India te verlaten. Het was een gebied vol spanningen, waarin het nodig was net zoveel Britse soldaten te stationeren als op het hele Indiase subcontinent, zonder zichtbare imperiale opbrengsten.
Terwijl de zionistische leiding tussen 1946 en 1948 de laatste hand legde aan haar plan om het land over te nemen en de inwoners te verdrijven, hoopte de Palestijnse leiding nog altijd dat het Britse rijk het land aan haar zou overdragen. Tenslotte waren de Palestijnen nog altijd de grote meerderheid, en waren ze de oorspronkelijke bewoners. Maar Groot-Brittannië besloot in februari 1947 de kwestie over te dragen aan de VN. Dit was het eerste conflict waarin de organisatie werd gevraagd om serieus te bemiddelen.
De VN bood een pro-zionistische, en bovendien zeer onrechtvaardige en onpraktische oplossing. Het eerste obstakel was dat de Palestijnen, omdat ze eisten behandeld te worden zoals elke andere Arabische beweging voor nationale zelfstandigheid, ook verwachtten dat de internationale gemeenschap zonder voorwaarden hun recht op het land zouden erkennen. Ze verwachtten niet over dit recht te moeten onderhandelen met een koloniale beweging. Daarom boycotten ze het hele proces.
De VN negeerden dit feit, en UNSCOP, het speciale comité dat ze voor de kwestie aanwees, overlegde alleen nog maar met de zionistische leiding. De oplossing waarmee ze kwam hield alleen rekening met de behoeften en aspiraties van deze kant. Bovendien hadden de Palestijnen het moeilijk om de morele kant van hun eisen over te brengen, als gevolg van de Holocaust.
De westerse internationale gemeenschap was maar al te blij om elke discussie over de implicaties van de genocide in Europa van zich af te kunnen schuiven en het probleem op de deurmat van de Palestijnen te kunnen leggen. Het onvermijdelijke resultaat van deze benadering was dat de zionistische eis van een eigen staat in Palestina vrijwel onvoorwaardelijk werd geaccepteerd.
Twee staten
Aan het eind van november 1947 bood de VN aan om Palestina te verdelen in twee staten van ongeveer dezelfde grootte. De Joden vormden toen slechts een derde van de bevolking, en de meesten van hen waren nog maar een paar jaar eerder in Palestina aangekomen.
De categorische weigering van de Palestijnen, gesteund door de Arabische Liga, om mee te gaan in deze deal, maakte het voor de zionistische leiding mogelijk om zorgvuldig de volgende stap te plannen. Tussen februari 1947 en maart 1948 werd het uiteindelijke plan voor etnische zuivering voorbereid.
De zionistische leiding definieerde tachtig procent van Palestina (het hele huidige Israël, zonder de Westoever) als het gebied voor de toekomstige staat. Dit was een gebied waarin een miljoen Palestijnen leefden naast 600 duizend Joden. Het idee was om zoveel mogelijk Palestijnen te verdrijven. Tussen maart 1948 en het eind van dat jaar werd het plan in praktijk gebracht, ondanks de onsuccesvolle poging van sommige Arabische staten om weerstand te bieden. Zo’n 750 duizend Palestijnen werden verdreven, 531 dorpen werden verwoest en 11 stadswijken vernietigd. De helft van de bevolking van Palestina werd verdreven en de helft van de dorpen verwoest. De staat Israël werd gesticht op meer dan tachtig procent van Palestina, Palestijnse dorpen werden veranderd in Joodse nederzettingen en recreatieparken. Een klein aantal Palestijnen behield het burgerschap.
De oorlog van juni 1967 stelde Israël in staat om de resterende 20 procent van Palestina in te nemen. Deze bezetting beëindigde op een bepaalde manier de etnische ideologie van de zionistische beweging. Israël omvatte honderd procent van Palestina, maar de staat huisvestte grote aantallen Palestijnen, terwijl Israël in 1948 zo’n moeite had gedaan hen te verdrijven.
Het feit dat Israël in 1948 zijn gang had mogen gaan en niet veroordeeld werd voor de etnische zuiveringen die het pleegde, moedigde het aan om nog eens driehonderdduizend Palestijnen uit de Westoever en de Gazastrook te verdrijven. Maar de Zesdaagse oorlog van juni 1967 was te kort, en de internationale gemeenschap was alerter. De Palestijnse samenleving was ervarener. En daarom bleef Israël achter met een groot aantal Palestijnen onder zijn controle, en kon het ‘de klus’ niet afmaken.
De Palestijnse nationale beweging kwam opnieuw op in de vorm van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO), en zelfs al bevrijdde ze nog geen vierkante centimeter van Palestina, ze slaagde er wel in om de Palestijnse kwestie en de Nakbah (catastrofe) van 1948 in het centrum van de publieke aandacht van de wereld te krijgen.
De operatie voor etnische zuivering werd ook verslagen door de vasthoudendheid van de Palestijnen die in Israël hadden mogen blijven. Zij groeiden uit tot een kwart van de bevolking. Demografie werd daarmee een belangrijk thema op Israëls nationale veiligheidsagenda. Dit thema overschaduwt elke andere zorg, of het nu gaat om sociale gelijkheid, democratie of mensenrechten.
Het onderwijs, de media en de politici benadrukken allemaal het ‘gevaar’ dat de Palestijnen vormen voor het bestaan van de staat en het welzijn van de Joodse burgers. In deze situatie roept ‘links’ in Israël op voor het verkleinen van het grondgebied, en rechts voor het verkleinen van het aantal Palestijnen. Maar de morele en ideologische afstand tussen deze twee polen van het politieke systeem is inderdaad heel klein.
Na twee opstanden in de Bezette Gebieden en een mislukt internationaal diplomatiek initiatief dat de wortels van het conflict die hierboven geschetst zijn volledig negeerde, zijn we nu terug bij de basis van het conflict zelf.
In de afgelopen zes jaar hebben Israëlische regeringen, met volledige steun van het Israëlische electoraat, geprobeerd om met geweld hun ideale oplossing op te leggen. Die bestaat uit het opsluiten van grote aantallen Palestijnen in enclaves op de Westoever en de Gazastrook, volledige controle via een apartheidssysteem van de Palestijnse minderheid in Israël, en een categorische verwerping van elke vorm van terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.
Dit plan heeft de volledige steun van de VS. Bush’ neoconservatieve presidentschap streeft haar eigen unilateralisme na, in een poging om met militaire middelen en intimidatie haar economische en strategische waarden op te leggen aan de rest van de wereld.
Slechts twee bewegingen in het gebied verzetten zich tegen Israël en de VS. Helaas voor linkse mensen zoals ik, zijn ze niet van “onze school”, maar we zouden respect moeten hebben voor hun standvastigheid en hun wil om zich te verzetten tegen bezetting en kolonisatie. Deze organisaties zijn Hamas en Hezbollah.
Israël ziet nu een mogelijkheid om deze groeperingen te elimineren in Gaza en in Libanon – en verder in Syrië en Iran. De regionale oorlog die nu ontwikkelt kan op korte termijn misschien deze twee krachten ondermijnen, maar op lange termijn zou hij wel eens kunnen leiden tot een confrontatie met niet alleen de Arabische wereld, maar met de islamitische wereld als geheel. Op dat moment zouden de VS Israël laten vallen, en de Joodse staat zou eindigen als de kruisvaardersstaten in de middeleeuwen.
Een ramp dreigt dus voor ons allemaal – Joden en Arabieren – en alleen Europa kan die ramp afwenden. Als het tenminste zou stoppen zijn eigen belangen en die van ons uit te verkopen aan die van de VS en het zionisme.
Ilan Pappe is een in Israël geboren professor aan Haifa University
top
1. Israëls oorlog in Libanon is het nieuwste stadium in het imperialistische offensief dat de VS en hun bondgenoten sinds 11 september 2001 voeren. De verovering van Irak was bedoeld om een proces van ‘regime change’ in gang te zetten dat de obstakels voor Amerikaanse dominantie over het Midden-Oosten zou verwijderen. In plaats daarvan is het Pentagon, dankzij het verzet in Irak, verstrikt geraakt in een guerrillaoorlog die het niet kan winnen.
De regering-Bush heeft zichzelf daarom ten doel gesteld het islamitisch-republikeinse regime in Iran te verwijderen, dat grotere invloed heeft verworven in Irak sinds de omverwerping van Saddam Hussein. Dit zou de klap die de Iraanse revolutie van 1978-79 toebracht aan de Amerikaanse belangen in de regio terugdraaien.
Israëls offensief tegen Hezbollah biedt Washington dus een gelegenheid om een sterke anti-imperialistische kracht uit te schakelen, die nauw verbonden is met Iran. De medeplichtigheid van George W. Bush en zijn nauwste bondgenoot, Tony Blair, in deze agressieoorlog, wordt getoond door de rol die de VS en Groot-Brittannië hebben gespeeld in het blokkeren van de oproep van de overgrote meerderheid van de VS voor een onmiddellijk staakt het vuren.
2. De internationale diplomatie concentreert zich op deze oproep en de stationering in Libanon van een multinationale ‘vredesmacht’ om de twee partijen uit elkaar te houden. Dit laatste voorstel is heel gevaarlijk. Bush en Olmert hoopten in eerste instantie dat een multinationale troepenmacht Israëls overwinning op Hezbollah zou consolideren. Maar het vasthoudende en effectieve verzet van Hezbollah heeft de kans op een duidelijke militaire overwinning van Israël sterk verkleind.
Onder deze omstandigheden streven de VS en Israël naar een multinationale troepenmacht, mogelijk onder de NAVO of de EU, om de oorlog tegen Hezbollah voort te zetten die ze zelf niet kunnen winnen. Zo’n troepenmacht zou geen ‘vredesmacht’ zijn, maar een volgend westers bezettingsleger naast de troepen in Irak en Afghanistan. Het is een van de urgente taken voor radicaal links wereldwijd om oppositie te organiseren tegen deze multinationale troepenmacht. Dit is vooral belangrijk in Europa waar verschillende regeringen, in het bijzonder de centrum-linkse coalitie in Italië, nu al onderhandelen over de voorwaarden voor zo’n troepenmacht.
3.We zijn tegen Israëls oorlog in Libanon uit solidariteit met de Libanese bevolking, maar ook omdat we tegen een door Bush geplande aanval op Iran zijn. Sommigen binnen links combineren een vergelijkbaar standpunt met een veroordeling van Hezbollah voor hun aanval op en gevangenname van Israëlische soldaten. We zijn het sterk oneens met deze stellingname.
Als revolutionaire socialisten hebben we een groot aantal ideologische verschillen met Hezbollah, een islamistische partij. Maar Hezbollah heeft zich ontwikkeld tot een nationale bevrijdingsbeweging met diepe wortels in de armste en meest onderdrukte lagen van de Libanese maatschappij, dankzij een succesvolle guerrillacampagne tegen de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon in de jaren tachtig en negentig.
Bovendien voerde Hezbollah de recente actie gedeeltelijk uit om de druk op de Palestijnen in Gaza te verlichten, die leden onder een bijzonder brute Israëlische belegering. Daarom hebben wij er geen bezwaar tegen ons aan te sluiten bij de Arabische massa’s en onze solidariteit uit te spreken met de strijders van Hezbollah, en de hoop dat zij erin zullen slagen de Israëlische aanval op Libanon af te slaan.
4. Als socialisten en internationalisten zien we het als onze belangrijkste taak massale oppositie tegen deze oorlog te organiseren in onze eigen landen. Tot nu toe hebben er in de hele wereld een significant aantal demonstraties plaatsgevonden tegen Israëls verwoesting van Libanon. Meer en grotere mobilisaties zullen in de komende weken nodig zijn als de bombardementen doorgaan. We zullen ons inzetten om een zo breed mogelijke beweging tegen deze oorlog op te bouwen.
De basis van deze beweging moet zijn om al degenen die het Israëlische offensief afwijzen te verenigen, ongeacht de vele politieke meningsverschillen die er onder hen mogen bestaan over het Midden-Oosten en andere thema’s. Deze beweging moet nauw verbonden zijn met de voortgaande internationale campagne tegen de ‘oorlog tegen het terrorisme’, en in het bijzonder tegen de bezetting van Irak en Afghanistan. De capaciteit voor massamobilisatie van deze campagne heeft het belang aangetoond om te werken op basis van de breedst mogelijke eenheid.
5. De bombardementen van Israël op Libanon tonen de bruutheid van het imperialisme, en het lijden dat het dagelijks toebrengt aan de wereld. Maar net als de bezetting van Irak, tonen ze ook aan dat de VS en hun bondgenoten en handlangers niet almachtig zijn – ze kunnen verslagen worden. De oorlog in Libanon kan het offensief van Washington in de regio versterken, maar kan net zo goed eindigen in een overwinning voor de krachten in het Midden-Oosten die zich verzetten en de imperialistische dominantie verwerpen. Internationalisten en radicaal links moeten hun gewicht in de schaal werpen om een nederlaag voor het imperialisme te helpen bewerkstelligen, die de tirannie van het internationale kapitaal kan verzwakken.
International Socialist Organization (Australië)
Socialist Workers Party (Groot-Brittannië)
Arbeidersdemocratie (Cyprus)
Internationale Socialister (Denemarken)
Linksruck (Duitsland)
Sosialistiko Ergatiko Komma (Griekenland)
Socialist Workers Party (Ierland)
Internationale Socialisten (Nederland)
Socialist Worker (Nieuw Zeeland)
International Socialists (Pakistan)
All Together (Zuid-Korea)
Workers Democracy (Thailand)
Antikapitalist (Turkije)
Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (Turkije)
Socialismo Internacional (Uruguay)
top
Door Alex Callinicos
De slachting in Qana is een typisch voorbeeld van de kwaadaardige bruutheid waarmee Israël al zijn oorlogen heeft gevoerd, niet alleen de huidige. Ze leidt onvermijdelijk tot de eeuwige vraag hoe Israël vreedzaam kan bestaan naast de rest van het Midden-Oosten.
Meer dan dertig jaar lang heeft de Palestijnse beweging, ondersteund door grote delen van links wereldwijd, een officieel antwoord op deze vraag gehad: de tweestaten-oplossing.
Het idee is dat Israël en de Palestijnen tot een overeenkomst zouden kunnen komen, waardoor de twee vreedzaam zij aan zij kunnen bestaan in afzonderlijke, democratische staten. Wijlen Yasser Arafat, voorzitter van de PLO, rechtvaardigde de ondertekening van het Oslo Akkoord van 1993 met het argument dat dit een stap was in de richting van de tweestaten-oplossing.
Maar de ervaring van het ‘vredesproces’ sinds Oslo heeft niet veel bewijs opgeleverd dat de tweestaten-oplossing kan werken. Eén reden is het enorme machtsverschil tussen de twee kanten. Israël is een van de grootste militaire machten van de wereld, gesteund en gesubsidieerd door de VS. De Palestijnse Autoriteit (PA) daarentegen heeft een beperkte autoriteit over een gefragmenteerd gebied, en is financieel afhankelijk van machten van buitenaf. Wat dit betekent, ontdekte Hamas toen de EU haar financiële steun moeiteloos stopzette.
De Israëlische politiek is er altijd op gericht geweest dit machtsverschil in stand te houden, en de PA zwak en afhankelijk te houden. Voorstanders van de tweestaten-oplossing stellen dat deze stand van zaken een consequentie is van de onwil van Israëlische politici, en misschien ook van de incompetentie van hun Palestijnse tegenspelers. Dit argument negeert de reden die de Israëlische leiding geeft voor alle maatregelen die de PA verzwakken – de noodzaak om de veiligheid van de Joodse staat te bewaren.
Dit is meer dan alleen hypocrisie. Israël is een kolonistenstaat – in andere woorden, een staat waarvan het territorium is afgenomen van de oorspronkelijke bewoners en bezet door geprivilegieerde buitenstaanders, gesteund door de westerse imerpialistische mogendheden. Elke kolonistenstaat heeft het probleem wat te doen met de mensen die van hun land beroofd zijn.
Oplossing
De beste oplossing – vanuit het standpunt van de kolonisten bezien, natuurlijk – is uitroeiing, liefst uitgestrekt over een aantal eeuwen. De VS, Canada en Australië zijn bewijzen van het succes van dit beleid.
Een andere oplossing is de oorspronkelijke bewoners te veranderen in arbeidskrachten voor de kolonisten. Dit gebeurde in Zuid-Afrika, Rhodesië, Kenia en Algerije. Het nadeel op de lange termijn is dat de onderworpenen zich vroeger of later beginnen te organiseren en het land terugnemen, zoals in al deze gevallen is gebeurd.
De zionistische kolonisten verdreven miljoenen Palestijnen, meestal naar de buurlanden. De rest leeft nog altijd onder een Israëlisch bewind, dat ze in verschillende mate haten en waartegen ze zich meer of minder verzetten. In ieder geval hebben ze de grote sympathie van de Arabische massa’s.
Het resultaat is dat Israël in een permanente staat van onzekerheid leeft. Het leeft naast degenen die het heeft onteigend, in een staat van permanente oorlog. Israël kan de Palestijnen niet uitroeien – zelfs de nazi’s hadden de dekmantel van de Tweede Wereldoorlog nodig om de Holocaust uit te voeren. Rechtse Israëlische politici stellen voor de Palestijnen naar de naburige staten te verdrijven, maar dit zou de spanning met de rest van de Arabische wereld slechts verhogen.
Maar Israël kan ook geen vrede sluiten met de Palestijnen. De enige echte vrede zou komen als de miljoenen Palestijnse vluchtelingen wordt toegestaan terug te keren. Dit zou de basis van Israël als exclusief Joodse staat verwoesten.
Daarom is elke Israëlische ‘overeenkomst’ met de Palestijnen noodzakelijkerwijs hol. Yitzhak Rabin, de Israëlische premier die het ‘vredesproces’ inzette, deed dit op basis van de cynische veronderstelling dat de PLO een ondemocratische organisatie was die daarom de Palestijnen onder controle kon brengen. Vandaar dat elke dosis echte democratie – zoals de verkiezingsoverwinning van Hamas – de hele zaak de lucht in dreigt te laten vliegen.
De enige echte uitweg ligt in het streven dat de PLO midden jaren zeventig heeft laten varen – één seculiere en democratische Palestijnse staat, waarin Joden en Arabieren, christenen en moslims samen kunnen leven op voet van gelijkheid. Dit mag dan utopisch klinken temidden van de huidige slachting. Maar vragen de verschrikkingen die zich nu ontvouwen niet om radicale oplossingen?
top
Door Christian Henderson
Hezbollah heeft een lange weg afgelegd sinds het begin van de jaren tachtig, toen de beweging voor het eerst van zich liet horen als mysterieuze ondergrondse organisatie die vocht in de Libanese burgeroorlog. Vandaag de dag is Hezbollah een gevestigde politieke partij, die deel uitmaakt van de Libanese regering en een grote rol speelt in het politieke leven van Libanon.
De basis van de beweging wordt gevormd door de Libanese sji’itische gemeenschap, Libanons grootste en meest gemarginaliseerde bevolkingsgroep. Historisch gezien is deze groep altijd uitgesloten geweest van het politieke en economische leven van het land.
De politiek van Hezbollah lijkt erg op die van veel bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld. Ze bestaat uit een combinatie van sji’itisch islamisme, vergelijkbaar met de variant die sterk is in Iran, anti-imperialisme en Libanees nationalisme.
De terugtrekking van Israël in 2000 vergrootte de populariteit van Hezbollah in Libanon en de rest van de Arabische en islamitische wereld. De VS zien Hezbollah als een terroristische organisatie, maar veel Libanesen begrijpen niet hoe een groep die tegen een buitenlandse bezetting vocht ooit niet legitiem zou kunnen zijn.
Hezbollah is sinds de Israëlische terugtrekking doorgegaan haar infrastructuur op te bouwen. De gewapende vleugel van de partij heeft een geavanceerd arsenaal opgebouwd en zijn capaciteit vergroot. De huidige oorlog met Israël bewijst dat de partij goed voorbereid was op een conflict.
Ondank 18 dagen Israëlische bombardementen is Hezbollah nog steeds in staat om Israël met raketten te raken. Haar strijders hebben de Israëlische troepen die Libanon binnentrokken afgeslagen. Het gerucht gaat dat de groepering beschikt over een netwerk van tunnels in het zuiden van Libanon, en het is duidelijk dat de lange gevechtservaring in de heuvels en valleien van Zuid-Libanon zich uitbetaalt.
Frustratie
De uitdaging van Israël door Hezbollah vormt ook een bedreiging voor de Arabische regimes, die het respect onder de bevolking hebben verloren omdat ze Israëls oorlog tegen de Palestijnen niet hebben gestopt. Dit heeft geleid tot frustratie onder veel Arabieren, die vinden dat hun regeringen lakkeien zijn van de VS en het Westen.
Hassan Nasrallah, de leider van de groep, wordt door velen beschouwd als een van de intelligentste en eerlijkste leiders van de regio – zelfs mensen die tegen zijn politiek zijn geven toe dat hij grote leiderschapskwaliteiten heeft.
Nasrallah, zelf afkomstig uit Zuid-Libanon, doorliep snel de rangen van Hezbollah en werd op zijn 34ste aangewezen als algemeen secretaris van de groepering. Hij vocht mee in het verzet na de Israëlische invasie, maar hij verbleef ook een tijd lang in de sji’itische centra van Irak, waar hij religieuze wetgeving studeerde. In 1997 werd zijn oudste zoon gedood in de strijd tegen de Israëli’s in Zuid-Libanon.
In tegenstelling tot veel andere politieke leiders in de Arabische wereld heeft Nasrallah het respect van zijn volgelingen verdiend door hard te werken. Hij staat bekend om zijn verrassend eerlijke en soms humoristische verklaringen.
De hoofdkwartieren van Hezbollah staan in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet. Dit gebied stond vroeger bekend als ‘de gordel van ellende’, omdat het voornamelijk bestond uit sloppenwijken waarin Libanese en Palestijnse vluchtelingen woonden.
Hoewel de omstandigheden er zijn verbeterd, zijn deze zuidelijke buitenwijken nog steeds armoedig. De elektriciteitsvoorziening werkt sporadisch, mensen leven opeengepakt in kleine en slechte behuizing, en er is een gebrek aan sociale voorzieningen.
In het Zuiden van het land en in de Bekaa-vallei vormen de sji’ieten een meerderheid. Dit zijn ook de armste gebieden met de slechtste sociale voorzieningen. Het contrast met het centrum van Beiroet is enorm, waar de rijken uit de hele Arabische wereld komen om goede restaurants, nachtclubs en luxe warenhuizen te bezoeken.
Hezbollah heeft het vacuüm gevuld dat is ontstaan vanuit de kloof tussen rijk en arm in Libanon. In het hele land heeft de groepering ziekenhuizen, scholen en andere faciliteiten, die open staan voor iedereen. Waarschijnlijk worden deze faciliteiten ondersteund vanuit Iran, maar ook het ophalen van donaties is van belang.
De partij werkt ook hard om een anti-corruptie imago overeind te houden. Veel Libanesen hebben een grote afkeer van de vuile handen van politici. Hezbollah straalt graag uit dat ze geeft om de arme bevolking van Libanon. Daarnaast beschikt ze over televisiezenders en een radiostation. Via haar politieke, militaire en sociale werk is Hezbollah erin geslaagd een ‘staat binnen een staat’ te vormen.
Verdeeldheid
Na de moord vorig jaar op de voormalige Libanese premier Rafik Hariri en de daaropvolgende eis dat de Syrische troepen uit Libanon zouden worden teruggetrokken, betuigde Hezbollah in demonstraties haar steun voor de Syrische aanwezigheid in het land.
Dit veroorzaakte groeiende verdeeldheid binnen de Libanese politiek, die werd verergerd door de Amerikaanse druk op de Libanese regering om VN-resolutie 1559 uit te voeren. Deze resolutie werd in 2004 aangenomen en roept op tot ‘de ontbinding en ontwapening van alle Libanese en niet-Libanese milities’ – voor velen een verkapte verwijzing naar Hezbollah.
Tot nu toe zijn er weinig tekenen dat Hezbollah verzwakt is door de laatste oorlog met Israël. Integendeel, de groepering lijkt aan populariteit te winnen onder veel Libanesen die woest zijn over de manier waarop Israël Libanese burgers onder vuur neemt en de infrastructuur vernietigt. Een recente opiniepeiling van het Centrum voor Onderzoek van Beiroet legde vast dat 87 procent van de Libanesen, onafhankelijk van geloof, ‘de strijd van het verzet tegen de Israëlische agressie tegen Libanon’ steunt.
Hoewel een deel van deze steun waarschijnlijk zal wegebben na het einde van dit conflict, zal dit wel een langetermijn-effect hebben op de Libanese politiek. De pro-Amerikaanse, anti-Syrische alliantie in Libanon lijkt steeds zwakker. Veel van de deelnemers hebben een duidelijke stelling moeten innemen tegen de Amerikaanse steun voor Israëls offensief in Libanon.
Hezbollah heeft ook bewezen dat ze in staat is de Israëlische troepen in het zuiden te weerstaan. Dit zal waarschijnlijk werken als een rechtvaardiging voor het instandhouden van de gewapende vleugel. Implementatie van VN-resolutie 1559 en de eis tot ontwapening van Hezbollah – al voor het begin van deze oorlog een onrealitisch perspectief – lijkt nu nog onwaarschijnlijker. De Amerikaanse plannen voor Libanon blijken steeds duidelijker een luchtkasteel te zijn.
Christian Henderson werkt sinds 2001 als freelance journalist in Beiroet. Hij heeft gewerkt voor de Libanese Daily Star en voor Al Jazeera.
top
Door Chris Harman
De Amerikaanse oorlog tegen Irak en de dreigementen richting Iran zijn het product van het Amerikaanse streven naar wereldwijde hegemonie. Dat hebben we als socialisten altijd beargumenteerd. Maar er is ook een andere theorie te vinden aan de randen van de anti-oorlogsbeweging en in de gebieden met een islamitische meerderheid. Deze theorie stelt dat de drijvende kracht achter de oorlog wordt gevormd door de ‘Joodse lobby’ in de VS.
Twee Amerikaanse academici, John Mearsheimer en Stephen Walt, hebben stevige opschudding veroorzaakt door een variant op deze benadering te verdedigen in de London Review of Books van 23 maart. Zij beweren dat een ‘Israël lobby’ een dominante invloed heeft gewonnen binnen Amerikaanse beleidskringen. Sindsdien zijn Mearsheimer en Walt beschuldigd van anti-semitisme – beschuldigingen die niet overeind te houden zijn, omdat de auteurs de agressieve zionistische politiek niet gelijk stellen aan de opstelling van de meerderheid van Joodse mensen in de VS (ze wijzen er bijvoorbeeld op dat bijna de helft van hen zich uitspraken tegen de oorlog in Irak).
Desondanks is hun redenatie fundamenteel onjuist, en moeten serieuze tegenstanders van de oorlog haar verwerpen. Ze leidt af van de werkelijke krachten achter de oorlog. Door dit te doen opent deze redenatie de deur voor samenzweringstheorieën die de schuld voor alles wat er mis is in de wereld leggen bij een zogenaamd ‘wereldwijd Joods komplot’.
Het artikel van Mearsheimer en Walt begint met onweerlegbare feiten. Het stelt dat de VS hoeveelheden hulp geven aan Israël waarbij vergeleken de hulp aan andere landen ‘een peulenschil is’. Deze hulp komt in totaal op ‘140 miljard dollar sinds de Tweede Wereldoorlog’. Hier voegt het artikel aan toe dat de VS sinds 1982 32 kritische resoluties over Israël heeft geblokkeerd in de VN-veiligheidsraad, meer dan het totale aantal veto’s dat is uitgesproken door de andere leden van de Veiligheidsraad.
Maar vervolgens gaat het door met de stelling dat ‘deze ruimhartigheid’ niet het resultaat is van het feit dat Israël een ‘strategische bondgenoot van vitaal belang’ is. Israël heeft de Amerikaanse belangen misschien gediend op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, maar zou dat nu niet langer doen. Verder stelt het artikel dat de Amerikaanse oorlog tegen Irak en de bedreiging van Syrië en Iran het gevolg zijn van Israëlisch expansionisme, dat de VS ertoe brengt om tegen hun werkelijke strategische belangen in te gaan. Deze belangen zouden beter gediend worden door Israël te dwingen zich terug te trekken binnen de grenzen van 1948, waardoor het makkelijker zou zijn ‘Amerika’s imago in de Arabische en islamitische wereld te herbouwen.’
Het enige obstakel hiervoor, volgens Mearsheimer en Walt, is de enorme invloed van de ‘Israël lobby’. Het artikel geeft vervolgens een opsomming van posten die bezet worden door fervente zionisten – niet alleen in neo-conservatieve kringen maar ook in de Democratische Partij en de Senaat.
Maar er is een grote zwakke plek in het hele argument. Het artikel legt nergens uit hoe de ‘Israël lobby’ zo’n invloed heeft kunnen veroveren. Het kan niet simpelweg de invloed via de stembus van de door de ‘Israël lobby’ opgetrommelde Joodse kiezers zijn. De dertig miljoen Latino’s in de VS hebben nooit zoveel invloed gehad, en hetzelfde geldt voor de miljoenen Amerikanen van Ierse afkomst.
Waarom zouden de Amerikaanse multinationals, in grote meerderheid in handen van niet-Joden, bereid zijn om een kleine groep felle voorstanders van Israël zo’n grote invloed te laten uitoefenen? De reden waarom deze steunpilaren van het Amerikaanse kapitalisme hun steun geven aan Israël en een agressief beleid in het Midden-Oosten is dat ze dit als hun eigenbelang zien – onafhankelijk van hun religieuze of etnische achtergrond.
Deze bedrijven hebben investeringen en markten over de hele wereld. Hoe sneller de globalisering gaat, hoe meer ze afhankelijk worden van de Amerikaanse staat die hun belangen kan verdedigen. Het wereldcentrum van de olieproductie, het Midden-Oosten, is het sleutelgebied in dit gevecht.
Er zijn veel pro-Amerikaanse regeringen in het Midden-Oosten. Maar de meeste daarvan missen de steun onder de bevolking die nodig is om op de langere termijn stabiliteit te garanderen voor de Amerikaanse belangen. De heersende klasse van de VS herinnert zich de revoluties in Egypte in 1952, Irak in 1958, Libië in 1969 en Iran in 1979. Daarnaast kunnen regeringen in het Midden-Oosten voorrang geven aan China, Europa, Japan of Rusland op het gebied van de handel en de diplomatieke relaties.
De Israëlische staat daarentegen heeft geen enkele andere keuze dan te steunen op Amerika’s bescherming. Israël betaalt graag voor die bescherming door zich te identificeren met de Amerikaanse belangen in de hele regio. Vanuit dat oogpunt zijn beide landen even bang voor bewegingen die proberen de bevolking in het Midden-Oosten te verenigen tegen de onderwerping aan Amerikaanse belangen. Israël is de gewillige waakhond van het Amerikaanse imperialisme.
Natuurlijk kan een waakhond wensen hebben die niet gedeeld worden door zijn meester. Hij eist gevoed te worden, terwijl de meester zijn inkomsten liever anders zou besteden. De Israëlische staat kiest voor een agressieve opstelling in de Bezette Gebieden, ondanks het feit dat dit niet in de directe belangen van het Amerikaanse kapitalisme is. De VS staan dit soort beleid oogluikend toe. Het is de prijs voor het hebben van een ultra-loyale bondgenoot.
De Amerikaanse heersende klasse ziet Israël als een Amerikaanse basis, bijna als een deel van het eigen nationale grondgebied. Het is van daaruit bezien nauwelijks verwonderlijk dat de heersende klasse er geen moeite mee heeft dat de felste voorstanders van Israëlisch expansionisme belangrijke posities innemen binnen het Amerikaanse establishment.
Mensen die de ‘Israël lobby’ zien als drijvende kracht achter het Amerikaanse imperialisme zien de zaken op hun kop. Ze geloven dat het Amerikaanse imperialisme zijn belangen wereldwijd zou kunnen verdedigen zonder militaristische, imperialistische avonturen – zonder waakhonden. En dat opent de deur voor degenen die het kapitalisme willen vrijpleiten van zijn misdaden door te praten over samenzweringen van religieuze of etnische minderheden.
Bron: www.socialistreview.org.uk
top
Moshé Machover is een Israëlische dissident in Engeland. Hij sprak met Matthew Cookson van Socialist Worker over de wortels van de huidige crisis in het Midden-Oosten.
De ‘oorlog tegen het terrorisme’ is diep impopulair in de hele wereld, inclusief Groot-Brittannië en de VS. Mensen in heel verschillende landen bekritiseren hun regeringen vanwege hun deelname in George Bush’ imperialistische project.
Israël blijft een uitzondering. Opiniepeilingen in Israël laten een grote steun zien onder de bevolking voor de aanval op Libanon en de bredere ‘oorlog tegen het terrorisme’. Waarom is dit het geval, en wat zijn de wortels van Israëls agressie? Om deze vragen te beantwoorden sprak ik met Moshé Machover, een Israëli, anti-zionist en socialist. Moshé werd geboren in Tel Aviv en studeerde aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem voordat hij in 1968 naar Engeland kwam. Tegenwoordig is hij emeritusprofessor in de Filosofie aan het Londense Kings College.
‘De meerderheid van de Israëli’s gelooft dat ze slachtoffers zijn,’ zegt Moshé, ‘zoals de kolonisten in Amerika geloofden dat zij degenen waren die bedreigd werden door de oorspronkelijke bewoners daar.’
Hij voegt eraan toe dat dit beeld wordt gevoed door de propaganda van de Israëlische regering. ‘De Israëlische publieke opinie gelooft in meerderheid dat Israël zich zelf heeft teruggetrokken uit Libanon en Gaza. ‘In werkelijkheid heeft de Israëlische regering de troepen uit Libanon gehaald omdat ze verslagen werd. Maar ze heeft zich niet volledig teruggetrokken – ze behield een stuk Libanees grondgebied, de Shebaa boerderijen.
Noch het Britse, noch het Israëlische publiek is zich ervan bewust dat Israël invallen is blijven doen op Libanees grondgebied, waarbij het soms mensen ontvoerde. Het heeft ook het Libanese en Syrische luchtruim en de territoriale wateren geschonden.’
Belegering
‘Er is een vergelijkbare situatie in Gaza. Israël heeft zijn troepen en kolonisten teruggetrokken, maar heeft het gebied steeds belegerd en heeft er operaties uitgevoerd. Twee dagen voordat Hamas en anderen die Israëlische militair gevangen namen, heeft Israël twee mensen uit Gaza ontvoerd. En natuurlijk heeft het veel inwoners van Gaza gedood door bombardementen en ‘gerichte’ liquidaties.
Ondanks dat zijn er veel mensen die zeggen dat de gevangenname van de Israëlische soldaten plotselinge aanvallen door Hamas en Hezbollah waren. Zij krijgen in de schoenen geschoven dat ze zijn begonnen.’
Moshé stelt dat dit beeld bij het Israëlische publiek is versterkt doordat Hezbollah raketten heeft afgeschoten op Israël, als antwoord op de invasie van Libanon. ‘De bommen en raketten van Israël zijn accuraat,’ merkt hij op. ‘Als de Israëli’s een civiel doelwit of een VN-observatiepost raken, is het duidelijk dat ze die om politieke redenen wilden raken. Maar de Katoesja-raketten van Hezbollah zijn niet accuraat. Ze vallen willekeurig en doden meestal onschuldige burgers, onder wie Arabische inwoners van Israël.
‘Dit feit, plus het feit dat de Israëli’s niet te zien krijgen welke verwoesting Israël aanricht in Gaza en Libanon, zorgen ervoor dat Israëli’s geloven dat zij de slachtoffers zijn.’
In de late jaren zestig en vroege jaren zeventig schreef Machover samen met Akiva Orr ‘Het Klassenkarakter van Israël’, een pionierswerk over de aard van de Israëlische maatschappij. In het essay beargumenteerden ze dat Israël ‘wordt gefinancierd door het imperialisme zonder er door uitgebuit te worden’, omdat het optrad als ‘waakhond’ voor de VS in het Midden-Oosten. Dit zorgt voor de westerse levensstandaard van de Joodse meerderheid in Israël.
Samen met de status van Israël als samenleving van kolonisten legt dit uit waarom het zionisme en de onderdrukking van de Palestijnen als vanzelfsprekend worden gezien door een meerderheid van de Israëlische bevolking. Zoals Machover en Orr schreven: ‘Zolang het zionisme politiek en ideologisch dominant is binnen deze samenleving en het geaccepteerde politieke raamwerk vormt, is er geen enkele kans dat de Israëlische arbeidersklasse ooit een revolutionaire klasse wordt.’
Ik vraag Moshé of dit argument 35 jaar later nog steeds geldt. ‘Natuurlijk is het heel oud, en zijn dingen veranderd. Maar de fundamentele basis is hetzelfde. Er was een periode in de jaren zeventig en tachtig dat Israël veel afhankelijker was van Palestijnse arbeid. Daar was een begin zichtbaar van een overgang naar het model van de Zuid-Afrikaanse apartheid.
Deze overgang eindigde met de eerste Palestijnse intifada (opstand) in 1987. Israël is sinds dat moment teruggevallen op het soort maatschappij dat we in het artikel beschreven. Palestijnen worden zelfs niet beschouwd al seen bron voor arbeidskracht die uitgebuit kan worden.
Nu zijn de mensen die het vuile werk opknappen in Israël meestal migrantenarbeiders. Er zijn duizenden Chinese arbeiders, Filippijnen, Roemenen, Thais en anderen. Zij vervangen de Palestijnse arbeiders.
De Palestijnen zijn daarmee overbodig geworden. Dit maakt de situatie erger dan in Zuid-Afrika, omdat het onmogelijk is de apartheid terug te draaien. Natuurlijk is er nog steeds economische ongelijkheid in Zuid-Afrika, maar de zwarte bevolking is er nog en kan vechten voor gelijke rechten. Maar zodra de etnische zuivering is voltrokken, is het heel moeilijk die terug te draaien.’
De Israëlische terugtrekking uit Gaza vorig jaar, en de veranderingen in de politieke partijen in Israël, stelden commentatoren in staat te beweren dat Israël eindelijk klaar was om een onafhankelijke Palestijnse staat te accepteren. Maar Moshé gelooft dat deze manoeuvres gingen over het voortzetten van Israëls dominantie over de Palestijnen. ‘De terugtrekking uit Gaza was een consolidatie van de bezetting,’ zegt hij.
’Een groter aantal kolonisten werd naar de Westoever overgebracht. Uit een seculier zionistisch oogpunt was Gaza weinig waard, en te dicht bevolkt met Palestijnen – het kostte te veel om de troepen er te houden.
Daarom hebben ze Gaza veranderd in een groot gevangenenkamp. Ze hebben “de Palestijnen op een dieet gezet”, zoals een adviseur van de Israëlische premier het eerder dit jaar heeft uitgedrukt. En ze zijn de Palestijnen blijven bombarderen. Hamas heeft zich zestien maanden lang aan een staakt-het-vuren gehouden. Israël bleef Hamas provoceren, totdat ze uiteindelijk een succesvolle militaire operatie uitvoerde tegen een post waarvandaan Gaza bestookt werd.
Vernedering
‘Deze operatie en de gevangenname van een Israëlische soldaat, waren een militaire vernedering voor Israël, die nog werd verergerd toen Hezbollah nog eens twee Israëlische soldaten gevangennam.’ Deze acties, zegt Moshé, ‘werden gebruikt als het excuus voor de enorme vernietiging in Libanon. Maar de Israëlische actie verloopt niet volgens plan.
De militaire kracht en capaciteit van Hezbollah is veel groter dan die van welke andere Arabische macht dan ook die Israël tot nu toe heeft geconfronteerd. Hezbollah is de enige Arabische macht die Israël in een langlopende campagne beslissend heeft verslagen en heeft gedwongen zicht terug te trekken.’
Hoe zit het met de rol van de VS als steunpilaar van Israëls acties? Moshé benadrukt: ‘Deze oorlog is lang geleden voorbereid, het is een Amerikaans- Israëlische oorlog. Het doel overstijgt Hezbollah. Dit is publiek machtsvertoon met de hele wereld als toeschouwer – in het bijzonder de Arabische wereld, vooral Syrië en Iran.
Hamas, Hezbollah, Syrië en Iran zijn de enige overgebleven machten in het Midden-Oosten die niet op de knieën zijn gegaan voor de VS en hun zwakkere partners. De VS hebben Israël niet alleen groen licht gegeven, maar ook vliegtuigbrandstof. Ze moedigen Israël aan.’
De aard van Israëls relatie met de VS is een veelbesproken onderwerp in de media. John Mearsheimer en Stephen Walt, twee Amerikaanse academici, hebben recent beargumenteerd dat er een ‘Israël-lobby’ is die ervoor zorgt dat de VS Israël steunen, tegen de eigen belangen in. Ik vroeg Moshé of deze theorie bevestigd of ontkracht wordt door de Amerikaanse steun voor Israëls aanval op Libanon. ‘Mearsheimer en Walt hebben gelijk in het beschrijvende deel van hun artikel, over de manier van werken van de pro- Israël lobby’, is zijn antwoord. ‘Maar dit is niet alleen een Joodse lobby. De fundamentalistische christenen hebben veel meer invloed dan de Joodse lobby, en zij hebben hun eigen ideologische redenen voor het steunen van Israël.
Maar Mearsheimer en Walt zijn rechtse critici van de Amerikaanse politiek. Er is altijd een minderheid geweest binnen de Amerikaanse elite die heeft beargumenteerd dat de VS niet juist handelen. Het Amerikaanse kapitalisme is geen monoliet, en deze mensen horen bij de minderheid die geloven dat de VS hun eigen belangen niet op de goede manier dienen. Dus wie krijgt de schuld? De pro- Israëlische of zionistische lobby. Hierin hebben ze ongelijk. Ze spannen het paard achter de wagen. In hun theorie stuurt Israël het beleid van de VS.’
Instrument
Moshé vervolgt: ‘Het Amerikaanse militair-industriële complex doet wat het denkt dat nodig is voor zijn eigen belangen. Het ziet Israël als een nuttig instrument. Maar er is een prijs – de acties van Israël zijn een aanmoediging voor tegen de VS gericht terrorisme en voor afkeer van de VS in de Arabische wereld.
Natuurlijk is terrorisme soms nuttig voor de Amerikaanse elite, terwijl het als reële dreiging praktisch verwaarloosbaar is. De situatie is niet vergelijkbaar met die van de Koude Oorlog, toen de VS tegenover een andere supermacht stond die beschikte over nucleaire wapens. Dat was een werkelijke bedreiging.
Wat de gevoelens in de Arabische wereld betreft, de corruptie van de huidige Arabische regimes en hun onderdanigheid tegenover de VS helpen die in te dammen. Die situatie zou er anders uitzien als de Arabische wereld een progressieve verandering onderging en opstond tegen de VS. Dat is de enige omstandigheid waaronder de VS hun beleid in het Midden-Oosten zouden veranderen – ze zouden dan pas echt de prijs voor hun politiek betalen.
De olie- en wapenindustrie maken enorme winst aan de oorlogen in het Midden-Oosten. George Bush en Dick Cheney zijn verbonden met dit soort bedrijven. Israël krijgt toestemming om zo hard op te treden omdat dit de belangen dient van het Amerikaanse kapitalisme.’
Moshé gelooft niet dat er veel hoop is op vrede op korte termijn. ‘Voor de Israëli’s betekent de wereldopinie de opinie van de VS,’ stelt hij. ‘De rest van de wereld telt niet – ze hebben de enige supermacht ter wereld als hun bondgenoot. Israël staat niet onder internationale druk. Daarom is het zo belangrijk campagne te voeren voor een boycot van Israëlische goederen.
Elke lange termijn-oplossing moet gebaseerd zijn op gelijke individuele rechten voor iedereen, en gelijke nationale rechten voor de twee betrokken groepen, inclusief het recht op terugkeer voor de Palestijnen. Een oplossing kan pas gevonden worden als het Arabische oosten omgevormd wordt en de krachtsverhoudingen veranderen. Dat kan niet gebeuren in Palestina-Israël alleen.
Het probleem kan alleen opgelost worden binnen een socialistische federatie van de hele regio. Marxisten hebben de regio altijd als een geheel beschouwd. Het is nodig groot te denken.’
top
Door Ilan Pappe
Het is te vroeg om te beoordelen hoe solide het staakt-the-vuren is dat de uitkomst is van de tweede Libanon-oorlog. Maar het is wel mogelijk om een aantal eerste conclusies te trekken – waarvan de belangrijkste het klinkende Israëlische militaire falen is.
Dit falen kan tijdelijk de ambitieuzere Amerikaans-Israëlische plannen om de militaire campagne uit te breiden naar Iran en Syrië tegenhouden, hoewel het gevaar niet voorbij is.
Het Israëlische debacle heeft echter ook complexere implicaties. De eerste ligt op het terrein van de Israëlische binnenlandse politiek. Het belangrijkste thema in het interne debat dat zich nu ontwikkelt is het vraagstuk van de ‘verloren afschrikkingscapaciteit’. Het is duidelijk, zeggen Israëlische commentatoren, dat de oorlog die bedoeld was om Israël zijn verloren militaire status terug te geven, die macht juist nog verder heeft laten afbrokkelen.
In andere landen zou het gezonde verstand ervoor hebben gezorgd dat een dergelijke nederlaag zou leiden tot een heroverweging van het gebruik van militaire macht. Niet in Israël. Het gevaar is dat de conclusie uitdraait op het gebruik van meer geweld om de verloren macht terug te winnen.
De eerste uitingen van het Israëlische denkproces lijken er inderdaad op te wijzen dat dit de belangrijkste conclusie wordt voor het leger en het politieke systeem. En dus kunnen we meer bloedvergieten en meer agressief beleid verwachten – als het niet direct tegenover Syrië en Iran is, dan tegenover de Palestijnen.
Hezbollah
Het tweede terrein is dat van de politiek in de Arabische wereld in het algemeen en dat van Palestina in het bijzonder. In de Arabische wereld en in Palestina is met grote bewondering gekeken naar het succes van Hezbollah. Met al het respect voor het verzet en zijn toewijding, vrezen seculiere en socialistische bewegingen echter dat zulke bewondering niet alleen uitgaat naar de toewijding van Hezbollah, maar ook voor de dogma’s die haar richtsnoer zijn.
Dit kan en moet leiden tot een vruchtbaardere en serieuzere dialoog tussen links en de populaire islamitische verzetsbewegingen, met als doel gemeenschappelijke uitgangspunten te vinden voor de toekomst. Deze toekomst moet gebaseerd zijn op respect voor traditie en religie, het streven naar sociale en economische rechtvaardigheid en, hopelijk, zorgvuldig vasthouden aan mensen- en burgerrechten voor iedereen.
Als we er niet in slagen links op te bouwen in de Arabische wereld, bestaat het gevaar dat een veel beperktere interpretatie van de islamitische traditie de overhand krijgt in de Arabische wereld en daarbuiten.
Aan de andere kant lijkt het erop dat veel mensen in de Arabische wereld – in het bijzonder in Palestina – meer zelfvertrouwen hebben gekregen door het succesvolle verzet van Hezbollah. Zonder Hezbollah zou de Libanese premier Fouad Siniora het niet hebben aangedurfd om de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice mee te delen dat ze niet welkom was zonder overeenkomst over een staakt-het-vuren.
Als gematigdere en seculiere krachten in de Arabische wereld dit voorbeeld zouden volgen en verstandig zouden omgaan met het wapen van de zwakken – de weigering om de hen toegewezen rol te spelen in de Amerikaanse farce van ‘het nieuwe Midden-Oosten’- zouden ze de steun van de bevolking en de geloofwaardigheid winnen die nu alleen Hamas en Hezbollah hebben.
Siniora’s opstelling is hopelijk een aanmoediging voor Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit. Die laatste wordt door de VS nog altijd gezien als een toekomstige autoritaire Arabische leider van een pro-Amerikaans Bantustan. De ontmanteling van de Palestijnse Autoriteit waarvan hij de voorzitter is, zal de meest effectieve Palestijnse stap zijn om de internationale gemeenschap te dwingen om de grondtrekken van een toekomstige oplossing te heroverwegen.
Libanon
Het derde terrein is dat van Libanon. Wat de VN-resolutie ook stelt, het Zuiden zal onder invloed staan van drie militaire machten – Hezbollah, de uitgebreide VN-macht en het Libanese leger.
Het zal niet lang duren voor Israël de aandrang zal voelen Libanon opnieuw binnen te vallen. En zolang er geen substantiële verandering plaatsvindt in de Amerikaanse fundamentalistische visie, zal dezelfde destructieve Amerikaanse politiek die Irak terug heeft gedrongen naar pre-moderne tijden uitgeprobeerd worden in Libanon.
Daarom kunnen we zeggen dat we alleen nog maar de eerste fase hebben gezien van een lang conflict over de toekomst van Libanon, dat verbonden is met het nog langere conflict over de toekomst van Palestina. De nieuwe dodelijke Israëlische luchtaanvallen op Gaza op de eerste dag na het staakt-het-vuren zijn een voorloper van nog ergere aanvallen.
Samenvattend: Hezbollah’s succes mag dan bewijzen dat de dagen van het Amerikaanse imperium in het Midden-Oosten geteld en bijna voorbij zijn. Maar in de geschiedenis kan ‘bijna’ nog jaren duren. Dit kunnen gevaarlijke jaren zijn, waarin wij die in deze regio wonen – vooral de Palestijnen – zware tijden zullen ondergaan.
Ilan Pappe is docent aan de Universiteit van Haifa op de faculteit politieke wetenschapper, voorzitter van het Emil Touma Instituut voor Palestijnse Studies en auteur van meerdere boeken.
Simon Assaf, journalist voor Socialist Worker, en fotograaf Guy Smallman waren bij de eerste groep die het grensstadje Aita al-Shaab bereikte nadat de Israëli’s zich terug hadden getrokken. Ze spraken met inwoners en verzetsstrijders over de slag om hun stad, die een maand duurde.
De weg naar Aita al-Shaab is bezaaid met slachtoffers van de brute kracht van Israëls leger. Kilometer na kilometer liggen huizen in puin en staan in de berm de autowrakken, veel getroffen door raketten of met kogels doorzeefd door helikoptervuur. We reden mee met een konvooi van het Samidoun solidariteitsnetwerk, dat probeerde voorraden naar de wanhopige grensdorpen te brengen.
De weg naar het zuiden was uitgestorven, en ons konvooi moest navigeren tussen uitgebrande benzinestations, ingestorte huizen, kraters in de weg, verbogen stukken metaal en glassplinters. We zagen het effect van bommen die zo’n drukgolf teweeg brachten dat ze de zonneschermen van de gevels van winkels afbliezen en ramen in de wijde omgeving versplinterden.
In Aita al-Shaab woedden wekenlang zware gevechten. Israël beweerde tientallen tegenstanders te hebben gedood en de ruggengraat van Hezbollah in het gebied te hebben gebroken. Maar toen we het stadje binnenreden werden we opgewacht door patrouilles van het verzet met walkietalkies. Ze hadden de touwtjes stevig in handen. Op elke straathoek zagen we mannen die de stad bewaakten. Sommigen waren gewond. Inwoners boden ons flessen water aan die de Israëlische troepen hadden achtergelaten, of appels en koppen koffie.
Aita al-Shaab is een klein boerenstadje met zo’n tienduizend inwoners. Het ligt verspreid over drie heuvels en is omringd door tabakvelden. Anderhalve kilometer naar het zuiden stijgt het land op en vormt het een scherpe richel. Daar is de grens met Israël.
De Israëli’s beweren dat een Hezbollah-eenheid vanuit deze plaats aan het begin van de oorlog de twee soldaten ontvoerd had. We spraken met de burgemeester. Volgens hem was meer dan tachtig procent van het stadje verwoest door een continu spervuur van raketten, granaten en luchtaanvallen. De waterinstallatie was verwoest en de school, moskeeën en honderden huizen waren door kogels doorzeefd. Elektriciteitskabels en telefoonlijnen waren doorgesneden, en de omringende velden lagen bezaaid met niet ontplofte mortiergranaten en artilleriebommen. Overal waren huizen ingestort, en familiefoto’s, serviesgoed en speelgoed was de straat op gewaaid.
Alles was bedekt door grijs stof. Winkels waren uitgebrand, auto’s lagen op hun zijkant, alsof een grote hand ze had omgekiept. Sommige families vonden bij terugkomst in hun huizen niet ontplofte bommen, en moesten uitwijken naar de zuidelijke stad Tyre.
De dorpen in het zuiden van Libanon vormden het hart van het verzet tegen het Israëlische leger, en de onderwerping van Aita al-Shaab was een belangrijke militaire prioriteit voor de Israëli’s. Honderden Israëlische troepen stroomden de grens over en bezetten een blindeninstituut om de stad te kunnen overzien. Helikopters dropten troepen achter de stad.
De meeste burgers vluchtten naar een nabijgelegen christelijke stad, waar hen onderdak werd geboden. Anderen verstopten zich in kelders of in hun huizen. In de maand die daarop volgde sloeg het stadje drie grote aanvallen van het Israëlische leger af. De slag om Aita al-Shaab weerspiegelde het patroon van het verzet in het hele zuiden.
Vanaf het begin van de oorlog werden de rangen van Hezbollah aangevuld door een massa voormalige strijders. Voor sommigen was het hun derde oorlog. Ze hadden voor het eerst de wapens opgenomen in de jaren zestig. De Israëli’s zagen zich geplaatst tegenover veteranen van de invasie van 1982 en de aanvallen van 1993 en 1996. De grote meerderheid van de strijders kwamen uit de regio. Ze werden ondersteund door goed getrainde en goed bewapende guerrilla’s uit de rest van het land.
Overal in het zuiden kwamen de Israëli’s erachter dat ze niet tegenover een paar duizend Hezbollahstrijders stonden, maar tegenover tienduizenden gewapende mannen. Dit was een volksverzetsbeweging, georganiseerd in samenwerking met Hezbollah of onder haar leiding. De mensen uit de streek verdedigden de dorpen, en maakten daardoor Hezbollahstrijders vrij om in het offensief te gaan tegen de binnenvallende Israëlische troepen.
Omdat andere Libanese organisaties zich uitspraken voor het verzet, was Hezbollah in staat om gebruik te maken van veel grotere resources dan die waarover ze zelf beschikte. In Aita al-Shaab zou deze combinatie een beleg van een maand door het vijfde sterkste leger ter wereld overleven.
We spraken met twee lokale mannen, Ahmed en Ali. Ahmed vertelde dat hij lid was van een linkse partij, Ali vertelde ons niet bij welke partij hij hoorde. Ze wilden alleen met ons spreken op voorwaarde dat we hen niet vroegen naar hun echte namen en dat we geen foto’s zouden nemen.
Ze beschreven de slag om Aita al-Shaab als een ‘wanhopige’ strijd. ‘Op de eerste dag namen de Israëli’s de school in,’ vertelde Ali, terwijl hij wees naar een groot wit gebouw dat over het stadje uitkeek. ‘Anderen werden achter ons gedropt. Onze strijders beschoten hen met anti-tankwapens, terwijl andere eenheden zich terugtrokken tot binnen de stad. We geloven dat veel Israëlische soldaten sneuvelden in die eerste slag in de buurt van de school. We hoorden de gewonden schreeuwen.’
De Israëli’s gaven toe dat een aantal soldaten, inclusief een officier, werd gedood in de eerste dagen van het gevecht. Tientallen anderen raakten gewond. Aita al-Shaab zou voor de Israëli’s de slag met de zwaarste verliezen worden. Verzetsstrijders in de omringende heuvels wisten de Israëli’s vast te pinnen met gebruik van moderne radiografisch bestuurde anti-tankwapens, voordat ze zich opnieuw verscholen in bunkers en loopgraven.
‘Bij de tweede aanval rukten de Israëli’s op door de tabaksvelden en namen ze de rand van de stad in,’ ging Ali door. ‘Ze wilden zich via de hoofdstraat een weg banen naar de wijken op de heuvel. Als ze daarin waren geslaagd, zouden ze onze stad in tweeën hebben gesplitst.’
Hier hielden de inwoners zelf hen tegen. Ze schoten vanuit ramen, etalages van winkels en deurposten. De huizen langs deze straat zijn aan gort geschoten met raketten en zwaar vuur van machinegeweren. In de gevels zitten duizenden kogelgaatjes. ‘We verdedigden een huis totdat de Israëli’s luchtsteun inschakelden. We merkten dat ze altijd eerst hun troepen terugtrokken, dus wisten we wanneer het tijd was om nieuwe posities in te nemen. Nadat hun soldaten een straat in hadden genomen kwamen ze er vaak achter dat onze strijders achter hen weer opdoken.’
Ali wees naar een uitgebrand huis. ‘In dit gevecht hadden we onze eerste martelaar.’
Offensief
De Israëli’s rukten op tot de helft van de hoofdstraat voor ze hun offensief staakten. Daarna bestookten ze de huizen met raketsalvo’s. Muren stortten in, boomtoppen braken af en de raketten sloegen gaten in de weg. De strijders verdwenen in kelders en bunkers, om vlak daarna terug te keren.
Vervolgens lanceerden de Israëli's een frontale aanval op de hoogte achter het stadscentrum. Ahmed omschreef het gevecht dat plaatsvond in een wijk die door de inwoners ook wel het ‘Moskou Plein’ wordt genoemd vanwege de historische banden met de Libanese Communistische Partij. ‘Tijdens de slotaanval namen Hezbollahstrijders posities in rond het wijkcentrum, terwijl probeerden de Israëli’s vast te pinnen rond het Moskou Plein. We doken huizen in, schoten en wisselden dan van positie.
Voor ons was dit een laatste wanhoopsactie. We vreesden dat ze ons in een aantal huizen zouden opsluiten en ons dan zouden laten bombarderen. Onze positie was wanhopig, maar Hezbollah kreeg de zwaarste slag te verduren. Israëlische paratroepen lanceerden een frontale aanval op hen, ondersteund door tanks en gepantserde bulldozers.’
Ali vertelde verder: ‘De Israëliërs rukten op, terwijl de bulldozers de huizen voor hun neerhaalden. Ze kwamen tot op twintig meter van het wijkcentrum.’ Maar een raketeenheid was in staat een aantal bulldozers uit te schakelen.
De Israëli’s riepen versterking op, maar terwijl die de oversteek waagden door open velden liepen ze in een hinderlaag van andere strijders. Een tank werd verwoest en een aantal andere uitgeschakeld. ‘Nadat ze zagen dat hun tanks gesloopt waren, trokken ze zich terug,’ zei Ali. ‘God bezorgde ons de overwinning.’
We vroegen hen wat er klopte van de Israëlische bewering dat er meer dan vijftig verzetsstrijders waren omgekomen in dit gebied. Hij nam me mee naar een wachtpost waar we een groep gewonde strijders ontmoetten die koffie aan het drinken waren. Ze waren het er allemaal over eens dat er maar acht strijders uit de omgeving waren gesneuveld. Ze wezen naar een kleine greppel waar de graven zouden komen. Er was plaats voor veertien graven – acht voor de strijders en zes voor burgers.
‘De Israëli’s hebben de slag verloren omdat we allemaal deel werden van het verzet’, zei Ahmed. ‘Links, de Arabische nationalisten en de bevolking werkten allemaal onder leiding van Hezbollah aan de verdediging van onze stad.’
Aita al-Shaab staat nu tegenover een volgende zware strijd. De stad ligt in puin en de oogst van dit jaar is verloren gegaan, en de stad moet zich klaarmaken voor de komende winter. Op de richel wierp een Israëlische patrouille een stofwolk op, en Israëlische observatietorens bleven de stad in het oog houden. Op onze terugweg passeerden we VN-eenheden die op weg waren naar de stad, en zagen we hoe het Libanese leger begon om checkpoints op te zetten.
De slag om Aita al-Shaab eindigde in een overwinning voor het verzet. Maar een ander moeilijk gevecht staat op het punt te beginnen.
Kijk voor meer verslagen (in het Engels) op www.socialistworker.co.uk
|
|
|