THEORIE
TEGEN OORLOG, RACISME EN KAPITALISME.

WAAR DE I.S. VOOR STAAN
• Waar wij voor staan  lees meer
• Winst is het probleem lees meer
• Echte bevrijding  lees meer
• De arbeidersklasse lees meer
• Organisatie  lees meer
• Waarom revolutie?  lees meer
• Socialisme  lees meer

terug naar de Theorie index
download de voledige tekst voor Word of Wordpad, klik op het icoontje

WAAR DE I.S. VOOR STAAN


Waar wij voor staan 
We vechten voor een maatschappij waarin het bevredigen van menselijke behoeften voorop staat, niet winst. Nog nooit in de geschiedenis produceerde de mensheid zoveel rijkdom als vandaag. Maar in het kapitalisme wordt deze rijkdom niet gebruikt in het belang van de meerderheid van de wereldbevolking. De jacht op winst creëert armoede en honger naast overvloed, naast technologische en wetenschappelijke vooruitgang de mogelijkheid van totale verwoesting door nucleaire oorlog en milieuvernietiging.

De logica van de winst kan pas gebroken worden als de middelen waarmee de rijkdom geproduceerd wordt in handen komen van degenen die de rijkdom produceren; de arbeidersklasse. Dit systeem zou niet draaien zonder de miljoenen mensen die werken in de fabrieken, kantoren, ziekenhuizen en scholen. Zij hebben de kracht om de productie uit handen te nemen van de kleine minderheid die haar vandaag bestuurt en onder controle van de grote meerderheid te brengen. Vandaar Marx' bekende uitspraak dat 'de bevrijding van de arbeidersklasse alleen het werk kan zijn van de arbeidersklasse zelf'.

Echte verandering kan alleen door revolutie bereikt worden. Nederland is geen democratie. De macht over de economie ligt niet bij het parlement of de regering, maar bij een klein groepje directeuren en aandeelhouders van de grote bedrijven. De top van de multinationals, de politie en het leger wordt niet door ons gekozen. Alleen een gezamenlijke beweging van onderaf van de grote meerderheid van de bevolking kan hun macht breken. Daarom streven we naar een zo groot mogelijke eenheid in de strijd. We verzetten ons tegen alle ideeën die gebruikt worden om gewone mensen tegen elkaar uit te spelen, zoals racisme, seksisme en homohaat. We vechten voor solidariteit over de grenzen.

Als socialisten bouwen we aan een zo groot mogelijke antikapitalistische beweging, maar ook om deze beweging te koppelen aan de strijd die dagelijks wordt gevoerd op de werkvloer.

We willen een organisatie bouwen van activisten uit elke campagne en uit elk bedrijf, die kan helpen solidariteit tussen de verschillende sectoren en campagnes uit te bouwen en die de ervaringen uit eerdere strijd kan bundelen voor de toekomst. We staan daarbij in een traditie van revolutionairen als Lenin, Trotski en Rosa Luxemburg, die aan het begin van de 20e eeuw vochten voor een maatschappij waarin de vrije ontwikkeling van ieder individu en de vrije ontwikkeling van allen samengaan. We staan daarom ook in de traditie van degenen die het gevecht voor socialisme, democratie en internationalisme hooghielden toen Stalin de Russische revolutie de nek omdraaide en Hitler aan de macht kwam in Duitsland.

In de 21ste eeuw is een toekomst zonder honger, onderdrukking en oorlog mogelijk. Om dat te bereiken is een beweging nodig die sterk genoeg is om het kapitalisme te breken. We nodigen iedereen uit om hieraan mee te bouwen.

Lid worden? Welkom!

top

 
Winst is het probleem
De geschiedenis van de mensheid is een verhaal vol ellende. Uitbuiting en onderdrukking, barbaarse wreedheden, verzet en keiharde repressie naast de verschrikkingen van oorlog. Dit is één kant van de gechiedenis maar niet de enige. De geschiedenis kan ook worden gezien als de lange mars van menselijke vooruitgang.

Die vooruitgang betekent de voortdurende uitbreiding van de productiekrachten. De vooruitgang in kennis en mogelijkheden om de mensheid tegen de natuurlijke elementen te beschermen, om zo een beter, vrijer en menselijker leven mogelijk te maken.
Hierin valt vooral de ongelooflijke groei van de laatste twee eeuwen op. Marx schreef hierover in het Communistisch Manifest: 'De bourgeoisie heeft in haar nauwelijks honderd jaar oude klassenheerschappij massaler en kolossaler productiekrachten geschapen dan alle voorgaande generaties tezamen. Onderwerping van de natuurkrachten, machinerie, toepassing van de chemie in industrie en landbouw, stoomvaart, spoorwegen, elektrische telegrafie, het ontginnen van gehele werelddelen, het bevaarbaar maken van rivieren, gehele uit de grond gestampte bevolkingen – in welke vroegere eeuw had men vermoed dat zulke productiekrachten in de schoot van de maatschappelijke arbeid sluimerden?'
Het punt is dat tot nog toe deze twee kanten van de geschiedenis onlosmakelijk verbonden leken. De verbazingwekkende groei van de productiekrachten, de ongelooflijke vooruitgang in wetenschap en technologie hebben de wreedheden die mensen elkaar aandoen niet verminderd, maar juist verfijnd en geperfectioneerd. Het mes uit de IJzertijd werd een Stealth-bommenwerper waarmee in Fallujah duizenden Irakezen zijn vermoord. De groei van materiële rijkdom in de wereld heeft het gat tussen arm en rijk niet verkleind. De drie rijksten ter wereld bezitten net zo veel als de 43 armste landen.
'De accumulatie van rijkdom aan de ene kant, van armoede aan de andere.' Zo vatte Marx de ontwikkeling in het kapitalisme samen. Elke kapitalist vreest de concurrentie van de andere, dus laat hij de mensen die hij in dienst heeft zo hard mogelijk werken.
Accumuleer, accumuleer!
Maar dat is niet alles. De kapitalist moet er ook voor zorgen dat zijn arbeiders met de modernste machines werken, zodat hun arbeid net zoveel goederen in een uur produceert als de arbeid van degenen die voor de andere kapitalisten werken. De kapitalist die zaken wil blijven doen moet ervoor zorgen dat hij steeds meer productiemiddelen bezit. Of zoals Marx het noemde: hij moet kapitaal accumuleren.
Marx schrijft in zijn belangrijkste werk, Het Kapitaal, dat de kapitalist als een vrek bezeten is van de drang naar steeds meer rijkdom. Maar: 'Wat bij de vrek slechts een persoonlijke eigenaardigheid is, is bij de kapitalist het effect van een sociaal mechanisme, waarvan hij slechts een van de raderen is. De ontwikkeling van de kapitalistische productie maakt het voortdurend noodzakelijk om de hoeveelheid kapitaal die in een bepaalde industrievestiging ingezet wordt uit te breiden, en de concurrentie maakt dat de innerlijke wetten van de kapitalistische productie door de individuele kapitalist gevoeld worden als uitwendige dwingende wetten. Ze dwingt hem voortdurend zijn kapitaal uit te breiden om het te behouden. Maar hij kan het slechts uitbreiden door voortdurende accumulatie. Accumuleer, accumuleer! Dat is Mozes en de profeten!'
De productie vindt niet plaats om menselijke behoeften te bevredigen, zelfs niet de behoeften van de kapitalisten, maar om de ene kapitalist te laten overleven in de concurrentie met een andere kapitalist. De arbeiders in dienst van elke kapitalist merken dat hun leven beheerst wordt door de noodzaak van hun bazen om sneller te accumuleren dan hun rivalen.
Het kapitalisme is een internationaal systeem geworden. Marx: 'De behoefte aan een steeds uitgebreider afzet voor haar producten jaagt de bourgeoisie over heel de aardbol. Overal moet zij zich indringen, overal ontginnen, overal connecties aanknopen. De bourgeoisie heeft door haar exploitatie van de wereldmarkt de productie en consumptie van alle landen kosmopolitisch gemaakt.' De arbeidersklasse is daardoor ook internationaal geworden en groter dan ooit. Er zijn nu meer arbeiders in Zuid-Korea dan in de tijd van Marx op de hele wereld. Dit geeft hoop en perspectief, want de arbeidersklasse kan het systeem omverwerpen. Hoe? Dat zien we volgende maand in het tweede deel van deze serie.
Peter Zeldenrust

top

 

Echte bevrijding

Veel mensen denken dat socialisme vooral gaat om zaken als economische gelijkheid, gemeenschappelijk bezit en planning van de economie. Al deze dingen zijn wezenlijk. Maar voor de marxistische traditie zijn ze niet het startpunt. De kern is menselijke bevrijding, niets meer en niets minder.

Dat maakt marxisten tot volslagen tegenstanders van onderdrukking in al haar vormen en wie het ook betreft.

Dit verzet tegen onderdrukking heeft een principiële kant en een politiek-strategische. Marx zelf formuleert de principiële kant. Hij brengt naar voren dat de doelstelling moet zijn 'de omverwerping van alle verhoudingen waarin de mens een vernederd, tot slavernij gebracht, verlaten en veracht wezen is.'

Zo'n houding alleen al is reden om resoluut elke onderdrukking, vanwege huidskleur, sekse, afkomst, religie, seksuele voorkeur of wat dan ook, te bestrijden. Maar er is een belangrijk strategisch argument mee verbonden.

Marxistische politiek streeft naar een revolutie van de arbeidersklasse om menselijke bevrijding te bereiken. Die arbeidersklasse heeft de sleutel in handen. Arbeiders brengen door hun productie de winst van de kapitalist voort. Ze werken ieder in een afzonderlijke, maar onderling samenhangende, taak. Dit geeft de arbeidersklasse de economische macht om het kapitalisme te verlammen, en de collectieve kracht om een werkelijk democratische bestuursvorm voor het kapitalisme in de plaats te zetten.

Omdat de arbeidersklasse als geheel een 'vernederd, veracht, tot slavernij gebracht wezen' is, heeft die klasse alle belang bij de omverwerping van dat kapitalisme. Onderdrukking ondermijnt de kracht van de arbeiders om terug te vechten, en staat die omverwerping dus in de weg. Een zwarte arbeider die getreiterd wordt door witte collega's, een homo die voortdurend kwetsende 'grappen' en soms klappen riskeert op zijn werk, een vrouw die elke dag bang moet zijn betast te worden door mannelijke collega's – zij zijn geïsoleerde mensen, vaak in de greep van de angst. Als er een staking is, zullen zij dan vooraan staan om hun collega's bij te springen, als die collega's degenen zijn van wie ze dagelijks last van hebben?

Wie profiteert?

De lachende derde zijn niet de homofobe, seksistische, racistische collega's. De echte profiteur is de baas, die een verdeelde en daardoor zwakkere groep arbeiders tegenover zich heeft. Daardoor kan hij zichzelf opwerpen als beschermer van gepeste collega's, of de agressie van de dominante groep opstoken tegen leden van onderdrukte groepen. Verdeel-en-heers is het wachtwoord. Onderdrukking van specifieke groepen geeft de kapitalistenklasse daar alle ruimte voor.

Als onderdrukking het kapitalisme dient, dan dient de strijd tegen al deze onderdrukking de strijd tegen dat kapitalisme. Dat bracht de Russische revolutionair Lenin ertoe te schrijven: 'Het bewustzijn van de arbeidersklasse is pas politiek bewustzijn als arbeiders getraind zijn om op alle vormen van tirannie, onderdrukking, geweld en misbruik te antwoorden, welke klasse het ook betreft – en wel vanuit een sociaal-democratisch gezichtspunt.' ('socialistisch', zouden we nu zeggen, PS) .

Het onwrikbare nee tegen elke vorm van onderdrukking staat centraal. En ook vrouwen, zwarten, homo's of religieuze minderheden uit andere klassen hebben met onderdrukking te maken. Als iemand Pim Fortuyn uitscheldt voor 'relnicht' en neerbuigend praat over zijn bezoek aan dark rooms, zeggen we niet: 'Ach, het is een rechtse politicus uit de elite, dus dan mag het.' Nee, zulke uitspraken zijn een klap in het gezicht voor elke 'relnicht' en 'dark room-bezoeker', en daarmee homofoob.

We moeten de onderdrukking bestrijden vanuit een 'sociaal- democratisch gezichtspunt en geen ander'. Strijd tegen afzonderlijke vormen van onderdrukking hangt samen met de strijd van de arbeidersklasse voor bevrijding. Wetten tegen discriminatie en misbruik, hoe nodig ook, zijn niet meer dan etappes. Echte bevrijding vereist het verslaan van het hele systeem. Dat is het werk van de gezamenlijke arbeidersklasse. Daarom dringen socialisten erop aan dat de arbeidersbeweging het voor alle onderdrukten opneemt.

Verdeeldheid is funest. Het idee dat alleen vrouwen voor vrouwenrechten kunnen vechten, alleen moslims tegen islamofobie kunnen zijn, alleen homo's en lesbo's homofobie te lijf kunnen gaan versplintert ons gezamenlijk verzet. De Amerikaanse arbeidersbeweging hanteert al een eeuw of langer de leus: An injury to one is an injury to all. Een aanval op een van ons is een aanval op ons allemaal.

Peter Storm


top

 
De arbeidersklasse
Waarom is de arbeidersklasse de kracht die de wereld kan veranderen?
De samenleving is volgens socialisten verdeeld in klassen. Deze klassen zijn gebaseerd op de positie die de mensen van die klasse in het productieproces en dus in de maatschappij innemen. Mensen die afhankelijk zijn van hun eigen winkeltje behoren bijvoorbeeld tot de middenklasse, mensen die leven van de winst die ze opstrijken omdat ze de eigenaar zijn van grote bedrijven behoren tot de bezittende klasse, de heersende klasse of anders gezegd tot de bourgeoisie.

De arbeidersklasse bestaat uit mensen die afhankelijk zijn van het verkopen van hun arbeidskracht om te kunnen overleven. Sommige mensen beweren dat er geen echte arbeiders meer bestaan omdat je weinig noeste mannen in blauwe overall meer ziet.
Maar het is te statisch simpelweg te constateren dat er bijna geen arbeiders meer bestaan omdat er weinig mensen meer rondlopen die eruitzien zoals een arbeider er in het begin van de vorige eeuw uitzag. Hoe de arbeider er ook uitziet, wat hij of zij ook stemt: wie afhankelijk is van het verkopen van arbeidskracht aan een baas om te kunnen leven is een arbeider.
Neem bijvoorbeeld de witteboordenarbeiders, mensen die werken op kantoor of in de dienstensector. Deze vorm van arbeid is enorm toegenomen en is veel 'proletarischer' geworden. De lonen zijn lager geworden en mensen werken op een fabrieksmatige manier. Denk maar aan de grote callcenter-hallen.
Zo'n 60 procent van de wereldbevolking behoort tot de arbeidersklasse. In Nederland zijn er op dit moment volgens een universitair onderzoek van vorig jaar ongeveer 5,3 miljoen arbeiders. Die 5,3 miljoen arbeiders, plus de mensen die van hen afhankelijk zijn vormen de Nederlandse arbeidersklasse.
Deze groep heeft onderling veel meer met elkaar gemeen op het gebied van financiële mogelijkheden, vrijetijdsbesteding of behuizing dan ze gemeen heeft met de heersende klasse, de groep van bazen en rijken.

Tegengestelde belangen

De arbeidersklasse en de bourgeoisie hebben tegengestelde belangen. Terwijl er rijkdom genoeg is in de wereld moeten bedrijven door onder andere de lonen te verlagen met elkaar concurreren. Concurrentie en het openbreken van markten is goed voor individuele bazen, maar niet voor de mensen van wie de lonen erdoor omlaag gaan of van wie de voorzieningen worden afgebroken.
Het belang van bazen is winst maken. Voor winst worden alle normen en waarden die dagelijks door de regering worden uitgewasemd net zo makkelijk opzijgezet.
Of het nu om milieu, gezondheid of zelfs om onze levens gaat, de kapitalist zal winst moeten maken. Niet omdat hij een verpersoonlijking van de duivel is, maar simpelweg omdat dat de manier is waarop het kapitalisme werkt.
Omdat de kapitalistische klasse winst als hoogste goed nastreeft zal het mensen nooit lukken echte veranderingen door te voeren op basis van moralistische argumenten. Daarom zal de regering niet stoppen met steun aan de bezetting van Irak en Afghanistan zodra we maar genoeg handtekeningen hebben verzameld.
De enige manier om de heersende klasse te dwingen naar ons te luisteren is door de bazen daar te raken waar het echt pijn doet: in hun welgevulde portemonnee. De arbeidersklasse is de enige groep in de maatschappij die dat kan. 'Daar waar de ketenen worden gesmeed, moeten ze worden gebroken', zei Rosa Luxemburg, een belangrijke socialiste in de vorige eeuw.
Tijdens een staking of fabrieksbezetting gebruiken de arbeiders hun macht. Als alle schrijvers in Nederland een jaar niet schrijven, zal de industrie gewoon doordraaien en blijft Balkenende op zijn plek. Als de metroarbeiders van Rotterdam en Amsterdam een maand staken, ligt Nederland plat en zal dat enorme gevolgen hebben voor de echte machthebbers in Nederland: het bedrijfsleven.
Als arbeiders in opstand komen, kan dat eigenlijk maar op één effectieve manier, en dat is als collectief. Een staking kun je nooit winnen als slechts een kwart van de mensen meedoet. Als je gezamenlijk in verzet komt merk je pas goed dat verschillen op basis van sekse, seksuele voorkeur, kleur, afkomst of religie er verdomd weinig toe doen. Een revolutie, een ultieme vorm van collectieve strijd, is dan ook noodzakelijk voor het collectieve bewustzijn van de arbeiders en voor een overgang naar een ander economisch systeem. Maar daarover meer in het volgende deel van deze serie.
Jelle Klaas

top


Organisatie: Een partij nodig

Zolang er onderdrukking is, zal er ook verzet zijn. De hele wereld is het toneel voor opstanden, stakingen en massademonstraties. Ook in Nederland dwingt een beleid van afbraak, privatiseringen en 'oorlog tegen terrorisme' mensen om in verzet te komen. Zoals altijd stuiten we in die strijd op het vraagstuk van organisatie.

Samen staan we sterk. Dat is de lijfspreuk die eeuwen strijd hebben overgeleverd. Dat je je moet organiseren om de wereld te veranderen is een logische gedachte. We hebben in Nederland grote vakbonden, politieke partijen en een scala aan organisaties die een rol hebben gespeeld in de opkomst van de beweging.

Van buitenaf bezien kan de opkomst van sociale bewegingen spontaan lijken. In werkelijkheid vraagt elke stap van de beweging om initiatief en politieke keuzes. Die keuzes worden soms buiten ons zicht gemaakt, door de duizenden anonieme individuen die samen de beweging vormen.

Mensen organiseren zich in (in)formele groepen op basis van hun politieke ideeën. De manier waarop ze dit doen is ook een politieke kwestie. Voor socialisten is het overkoepelende vraagstuk van hervorming of revolutie bepalend voor hoe ze zich organiseren.

De manier waarop reformistische partijen zoals de PvdA en de SP zich organiseren komt voort uit hun parlementaire strategie. Uiteindelijk is hun doel een maximaal aantal kiezers bereiken en het aantal zetels vergroten. Dit bepaalt de thema's waarop ze actief zijn (niet je vingers branden aan 'gevoelige' onderwerpen!) en wie er lid mogen worden. Dat is iedereen die contributie wil betalen. Zo nemen ze in grote mate alle ideeën, tradities en niveaus van bewustzijn van de hele arbeidersklasse op in hun organisatie. Hierdoor weerspiegelt de politieke organisatie de heersende ideeën van de maatschappij.

Reformisten willen dan ook nog eens de grillen van het systeem bevechten via de instituten die historisch zijn ontstaan om het systeem te behouden. Reformistische partijen kunnen wat naar links of wat naar rechts gaan, maar deze fundamentele tegenstelling kunnen ze niet opheffen.

Revolutionair

Revolutionairen organiseren zich op een fundamenteel andere manier. Socialisme van onderaf is het uitgangspunt. Een partij van de meest bewuste en strijdbare activisten is het middel. Een van de grootste misvattingen over zo'n partij is dat het iets zou zijn dat van buitenaf aan de arbeidersklasse wordt opgelegd. Het beeld rijst op van een groepje ideologen die op de meest ondemocratische manier hun wil aan de arbeidersbeweging opleggen.

In feite houdt de revolutionaire partij precies het tegenovergestelde in. We leven in een kapitalistische maatschappij en we krijgen dagelijks ideeën mee die ons vertellen wat er wel en niet mogelijk is. Ideeën die ons verdelen en zwak houden worden versterkt door de media, de parlementaire politiek en onze bazen. Revolutionair bewustzijn valt niet simpelweg op te leggen. Dat wordt verkregen door eigen ervaring in strijd. Revolutionairen willen dat proces versnellen, willen de woede die er is kanaliseren tegen het systeem als geheel in plaats van wat er nu vaak gebeurt: tegen andere onderdrukten. Er is op elke werkvloer wel een minderheid die precies dat doet, die klassenbewust is en zelfverzekerd opkomt voor de collega's. De revolutionaire partij is het middel om die minderheid te verenigen in een efficiënte strijdorganisatie. Niet om een minderheid te blijven, maar om de strijdbaarheid en het zelfvertrouwen van de meerderheid te vergroten.

De ideeën waarmee we dat doen zijn niet uit de lucht komen vallen. We staan op de schouders van reuzen en baseren ons op eeuwen ervaring in klassenstrijd. Die bagage willen we integreren in de strijd van vandaag. De krant die je nu leest is daar een middel voor. Maar de juiste argumenten zijn niet genoeg. De vraag is hoeveel mensen ze keer op keer in de praktijk brengen. Massale bewegingen kunnen spontaan opkomen, maar er is geen garantie voor succes. Revolutionairen moeten juist nu hun krachten bundelen om te zorgen dat de beweging op straat nog massaler wordt en dat woede tegen alles waar dit kabinet voor staat gericht wordt tegen de staat.

Maina van der Zwan


top



Waarom revolutie?

In deze kolom behandelen verschillende auteurs elke maand een van de thema's die terugkomen in de kolom 'Waar wij voor staan', achterin De Socialist.

Een arbeidersrevolutie is cruciaal voor de vestiging van een socialistische maatschappij. Die revolutie moet de macht van de heersende klasse breken. Maar revolutie is belangrijk om nog een diepere reden. Het is een proces waarin de arbeidersklasse haar collectieve belang ontdekt en leert vechten tegen alle soorten onderdrukking.

Progressieve bewegingen beginnen zelden met een revolutionair programma. De meeste mensen willen 'misstanden' rechtzetten, zoals zelfverrijking of 'machtsmisbruik' van bazen. Maar eerlijk kapitalisme is onmogelijk. De normale gang van zaken versterkt de macht van een kleine groep, dag in dag uit. Deze heersende klasse controleert de fabrieken, kantoren en financiële instellingen.

De rijken leven in villa's en paleizen met champagne en dure kunst. Ze kunnen particuliere scholen en privéklinieken betalen. Wat ze vrezen, is armoede. Tegen die gezamenlijke angst helpen ze elkaar. Succesvolle managers krijgen dikke gouden handdrukken – en falende managers ook.

Omdat de kapitalisten een kleine minderheid zijn, laten ze anderen hen verdedigen. Dat doet de staat: een hiërarchisch apparaat, gerund door topambtenaren, politiechefs en generaals. Samen vormen zij netwerken, via clubjes als studentencorpora en Rotary, puur op klassenbasis. Vooral de megasalarissen van de topambtenaren – legale omkoping – garanderen hun loyaliteit aan de heersende klasse.

Ook rechters staan aan de kant van de bezitters. Bij een kort geding van een uitgever tegen de vakbond verbood de rechter bijvoorbeeld de ambtenarenstaking van 1983: de postarbeiders blokkeerden zijn distributie. De heersende klasse is vaak solidair, met zichzelf dan.

Haar netwerk bestaat buiten de regeringsorganen om. Daarom maakt het weinig uit of daar linkse mensen zitten. Toen de linkse PvdA'er Van der Louw burgemeester van Rotterdam was, hielp de politie om de stukgoedstaking van 1984 te breken. Toen Den Uyl regeerde, liet hij een links hervormingsprogramma vallen onder openlijke druk van de grote bedrijven.

Zetels geven geen macht; dat blijkt ook in elke revolutie. Dan verdedigt de heersende klasse zichzelf tot het extreme, met politie, leger en knokploegen. De Gaulle deed dat tijdens de Franse meirevolte van 1968, de Poolse generaals in 1981, en Pinochet in Chili in 1973. Daarom moeten de arbeiders samen de staat omverwerpen.

Heersende ideeën

Maar nu in Nederland heersen de bazen niet vooral met geweld. Ze zouden mensen vervreemden die hun systeem accepteren. Geboren en getogen in deze maatschappij, leren de meeste mensen die normaal te vinden. Ongelijkheid, zelfs honger en oorlog. Marx schreef: 'De heersende ideeën zijn de ideeën van de heersende klasse.'

Dat geldt ook voor onderdrukking. In het dagelijks leven zijn arbeiders aanhangsels van hun machine of bureau, zonder wezenlijke controle over hun werk. In die machteloosheid trappen sommigen zelf naar beneden: naar migranten, vrouwen of homo's. Mensen reageren hun frustraties af, waar ze het zelfvertrouwen missen om het échte probleem aan te pakken.

Klassenstrijd doorbreekt dat patroon. Als arbeiders opstaan tegen hun bazen, komen ideeën als 'bedrijfsbelang' en zelfs 'nationaal belang' op de tocht te staan. In veel stakingen spelen vrouwen en migranten een belangrijke rol. Door die ervaringen kunnen witte mannelijke arbeiders hun ideeën radicaal herzien. Dat het recht van vrouwen geen aanrecht is, maar stakingsrecht; dat migranten geen 'criminelen' zijn, maar bondgenoten in de strijd. Wie zijn rug recht, heeft geen zondebok nodig. En onderdrukten zelf ontdekken in de strijd nieuw zelfvertrouwen en nieuwe waardigheid.

Zo moest boulevardblad The Sun de vaste bloteborstenfoto van pagina 3 verwijderen, omdat in de Britse mijnwerkersstaking vrouwen een vooraanstaande rol speelden. In het Rusland waar eerder pogroms waren, kozen arbeiders in de revoluties van 1905 en 1917 een jood, ene Trotski, tot voorzitter van de Petrogradse sovjet. Strijd tegen onderdrukking en revolutie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Zoals Marx schreef: 'De revolutie is noodzakelijk, niet alleen omdat de heersende klasse op geen enkele andere manier omvergeworpen kan worden, maar ook omdat de klasse die haar omverwerpt er alleen in een revolutie in kan slagen zich van heel de oude troep te bevrijden en in staat kan zijn de maatschappij op een nieuwe grondslag te stellen.'

Mark Kilian

top


Socialisme

Hoe zou een socialistische wereld eruit zien?

Socialisme is ondenkbaar zonder een enorme uitbreiding van zeggenschap voor gewone mensen over hun leven. In het kapitalisme ligt die controle bij een kleine minderheid. De werking van het systeem maakt het onvermijdelijk dat de prioriteiten niet liggen bij wat goed is voor de meerderheid van de mensheid. Er worden enorme hoeveelheden voedsel vernietigd, terwijl mensen massaal verhongeren. Het is deze irrationaliteit die laat zien dat de vrije markt niet werkt.

Alleen als gewone mensen kunnen beslissen over wat er geproduceerd wordt, hoe en hoeveel, komt er een einde aan deze irrationaliteit. Waarom zouden we ervoor kiezen dat er bij verschillende bedrijven precies dezelfde producten worden gemaakt, terwijl er zoveel behoefte is aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van medicijnen? Waarom zouden we toestaan dat er miljarden over de balk worden gesmeten voor de productie van wapens of voor reclame, terwijl er grootschalige investeringen nodig zijn om het milieu te redden?

Om zo'n systeem op een manier te reguleren die garandeert dat individuele belangen samenvallen met de belangen van de meerderheid, moeten gewone mensen politieke en economische zeggenschap hebben.

Dat betekent een verdieping van wat democratie inhoudt. Democratie is onder het kapitalisme een heel beperkt begrip. Juist op de factoren die de kwaliteit van een mensenleven drastisch kunnen veranderen, bijvoorbeeld het al dan niet hebben van een baan of het aanbod aan producten die verkrijgbaar zijn, hebben we als stemmer geen invloed. We mogen directeuren, grootaandeelhouders, hoge ambtenaren en generaals niet kiezen.

Alle revoluties in de geschiedenis hebben op een bepaald punt nieuwe instituten opgeworpen, waardoor werkende mensen de controle konden uitoefenen op de maatschappij. Marx geeft in De burgeroorlog in Frankrijk aan hoe dit gebeurde in de Parijse Commune van 1871. In dat jaar veroverde de arbeidersklasse van Parijs voor het eerst de macht, ook al was het maar in één stad.

'De Commune bestond uit de gemeenteraadsleden, die bij algemeen kiesrecht in de verschillende districten van Parijs waren gekozen. Zij waren verantwoordelijk en te allen tijde afzetbaar. Voor het merendeel waren zij natuurlijk arbeiders of erkende vertegenwoordigers van de arbeidersklasse. De Commune moest geen parlementair, maar een werkend lichaam zijn, uitvoerend en wetgevend tegelijkertijd. De politie, tot dusverre werktuig van de staatsregering, werd onmiddellijk van al haar politieke eigenschappen ontdaan en in een verantwoordelijk en te allen tijde afzetbaar werktuig van de Commune veranderd. Evenzo de beambten van alle andere takken van bestuur. Vanaf de leden van de Commune moest de openbare dienst tegen arbeidersloon worden verricht. De verworven rechten en de representatiegelden van de hoogwaardigheidsbekleders verdwenen met de hoogwaardigheidsbekleders zelf.'

Een nog veel directere vorm van democratie ontstond tijdens de Russische revoluties van 1905 en 1917, in de vorm van 'sovjets' of arbeidersraden. Ook in andere revoluties in de twintigste eeuw ontstonden vergelijkbare instituten.

Het is duidelijk dat dit alles niets te maken had met hoe het systeem van de voormalige Oostbloklanden in elkaar zat. De staat had de controle over de economie, niet de mensen zelf. Ze gebruikte die controle om de productie op te voeren, vooral de productie van wapens en zware industrie. Dat die staten vervolgens beweerden dat ze dat in naam van het volk deden maakt ze nog niet socialistisch. Het Oostblok was in feite een vorm van staatskapitalisme.

Echt socialisme zou niet alleen een extreme uitbreiding van democratie brengen in de economie en de politiek, maar zou ook bevrijding brengen in alle andere aspecten van ons leven. Als iedere vorm van onderdrukking, van slavernij en racisme tot uitbuiting van vrouwen overwonnen is, liggen de mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling van mensen open. Waar die ontwikkeling ons precies zal brengen, is niet aan ons om te bepalen. In de woorden van Friedrich Engels: 'Als zulke mensen er eenmaal zijn, zal het ze geen donder kunnen schelen wat wij vandaag menen dat zij moeten doen. Zij zullen hun eigen praktijk en een daarop berustende openbare mening over de praktijk van ieder individu zelf vormen – en daarmee basta.'

Ruth Black


top

    

archief nieuws

Website ontworpen door 2006 © Perfect Is Everything i.s.m. Siebrand de Haan.